Ilo en Eurofond: Analyse internationale arbeidsomstandigheden bruikbaar voor verbeteren baankwaliteit

0

ONDERZOEK – De kwaliteit van werk is voor het eerst op internationaal niveau vergeleken door de International Labour Organization (ILO) en Eurofound. In het onderzoek Working conditions in a global perspective is de baankwaliteit geanalyseerd van 1,2 miljard werkenden in 41 landen in Europa, Azië, de Verenigde Staten en Latijns Amerika.

De onderzoekers hebben zeven aspecten van kwaliteit van arbeid met elkaar vergeleken: de fysieke omgeving, werkintensiteit, werktijden, de sociale omgeving, vaardigheden en ontwikkeling, vooruitzichten en inkomsten. Beleidsmakers kunnen het rapport gebruiken voor onderbouwing van het verbeteren van de kwaliteit van banen.

Fysieke risico’s

Veel werknemers die met hun handen werken, worden blootgesteld aan fysiek belastende arbeidsomstandigheden. Laaggeschoolde werknemers en dienstverlenend en verkooppersoneel geven ook aan fysiek en emotioneel belastend werk te hebben. Blootstelling aan fysieke risico’s komt vaak voor:

  • RSI: In veel van de geanalyseerde regio’s en landen wordt meer dan de helft van de werknemers blootgesteld aan repetitieve hand- of armbewegingen, waardoor dit het meest genoemde fysieke risico is.
  • Temperaturen: Minstens een vijfde van de werknemers wordt op het werk vaak blootgesteld aan hoge temperaturen; een vergelijkbaar maar lager percentage geeft aan te worden blootgesteld aan lage temperaturen.
  • Lawaai: Een vijfde tot een derde van de werknemers maakt melding van lawaai; in Turkije is dat zelfs 44 procent.
  • PSA: Een derde van de werknemers in de EU ervaart werkdruk, zoals krappe deadlines en op hoge snelheid uitgevoerde werkzaamheden, en in de VS, Turkije, El Salvador en Uruguay is dit de helft. Zo’n 25 tot 40 procent van de werknemers heeft een emotioneel belastende baan.
  • Arbeidstijden: 15 procent van de werknemers in EU-landen werkt meer dan 48 uur per week, in China en Zuid-Korea is dat voor meer dan 40 procent van de werknemers het geval, in Chili voor ruim 50 procent en in Turkije voor bijna 60 procent. Ten minste 10 procent van de werknemers in de onderzochte landen werkt tijdens hun vrije tijd; lange uren gaan vaak gepaard met intensief werk.
  • Betaald/onbetaald: Hoewel mannen in de meeste landen meer betaalde werkuren opgeven dan vrouwen, werken vrouwen zonder uitzondering in de hele wereld meer uren als onbetaalde werkuren worden meegerekend. Meer dan 70 procent van de werknemers in Zuid-Korea geeft aan dat zij gemakkelijk een of twee uur vrij kunnen nemen voor persoonlijke of familiekwesties; in de VS, Europa en Turkije geldt dit voor 20 tot 40 procent van de werknemers.

Beleidsadviezen

In het rapport zijn een aantal beleidsadviezen geformuleerd:

  • Het feit dat er vergelijkbare patronen bestaan in de verschillende landen, wijst erop dat bij het opstellen van beleid verder moet worden gekeken dan specifieke nationale verklaringen en oplossingen.
  • De verschillen kunnen meer duidelijkheid verschaffen over mogelijke nationale factoren van baankwaliteit en ervoor zorgen dat landen van elkaar leren.
  • Sekseverschillen zijn essentieel om het patroon van arbeidsomstandigheden over de hele wereld te begrijpen.
  • De baankwaliteit kan worden verbeterd door de buitensporige belasting van werknemers te verminderen en hun blootstelling aan risico’s te beperken, maar ook door ze meer toegang te geven tot hulpmiddelen voor het behalen van werkdoelstellingen of om de gevolgen van deze belasting te verzachten. Elk aspect van baankwaliteit kan ook worden verbeterd met werkplekpraktijken en beleid.
  • Werknemers en werkgevers en hun organisaties moeten elk een rol spelen bij het verbeteren van de baankwaliteit; sociaal overleg is essentieel voor het opstellen van beleid op de werkplek en daarbuiten. Overheden moeten bij het opstellen van regels het verbeteren van de baankwaliteit in gedachten houden.
  • Voor het onderzoeken van arbeidsomstandigheden:
    – Gegevens over de baankwaliteit zijn essentieel voor het verbeteren hiervan. Met deze gegevens kunnen punten van zorg worden vastgesteld en kan feitenmateriaal worden geleverd voor beleidsmaatregelen.
    – Landen over de hele wereld zouden enquêtes naar arbeidsomstandigheden met vergelijkbare gegevens over baankwaliteit moeten ontwikkelen om hun beleidsvorming te ondersteunen.
    – Door enquêtes naar arbeidsomstandigheden te analyseren kan worden vastgesteld hoe arbeidsomstandigheden systematisch meer invloed hebben op bepaalde groepen werknemers.

Bron: ILO, EurofondNederlands Focal Point

Meer informatie over verbeteren arbeidsomstandigheden? Ga naar Sdu HSE 
Heeft u nog geen abonnement op Sdu HSE en bent u nieuwsgierig naar dit online platform? Vraag hier een gratis demo aan!

Reageer