Risicoanalyse is basis voor bno/bhv

0

Iedere maand licht de redactie een onderdeel uit van de website Sdu HSE. Sdu HSE is het platform voor professionals en bedrijven die gezond, veilig en duurzaam willen werken en produceren. Het platform bevat naast de Arbo-Informatiebladen en Safety! magazine artikelen ook practice notes met verdiepingen, tools, jurisprudentie en wetgeving en commentaar. Deze maand in HSE Uitgelicht het Safety! artikel: Risicoanalyse is basis voor bno/bhv

Bedrijfsnoodorganisatie (bno) is dat deel van de organisatie dat zich bezighoudt met het voorbereiden op, inzet tijdens en afwikkelen van incidenten. De bedrijfshulpverlening (bhv) maakt onderdeel uit van de bno. In dit artikel beschrijft Raphaël Gallis de vijf stappen die een organisatie moet doorlopen om te komen tot een bno.

De bedrijfsnoodorganisatie en de bedrijfshulpverlening zorgen ervoor dat een bedrijf bij een incident handelend kan optreden. De wetgever beperkt zich tot het in veiligheid brengen van personen. Om te komen tot een bno worden vijf stappen doorlopen waarbij de volgende drie aspecten leidend zijn:

  • De omslag van normdenken (voldoen aan de wet) naar risicodenken (ambitieniveau).
  • Het expliciet maken van het maximaal aanvaard(baar) verlies.
  • De integrale benadering (bouwkundige, technische en organisatorische oplossingen worden in onderlinge samenhang bepaald en zijn (deels) uitwisselbaar (gelijkwaardigheidsprincipe).

Stap 1 Risicoanalyse

Begin met het bepalen van de scope van bno en bhv door het vastleggen van het ambitieniveau, de resultaten van de risicoanalyse en het maximaal aanvaardbaar verlies. Het uitvoeren van een risicoanalyse is belangrijk om de grootte en kwaliteit van de bno te bepalen, in het licht van het gewenste ambitieniveau en de integrale benadering.

Vaststellen ambitieniveau: De directie zal het ambitieniveau moeten verwoorden. Lastig hierbij is dat de risicoanalyse en ambitieniveau twee kanten van dezelfde medaille zijn. In de praktijk kan dit betekenen dat enkele malen moet worden gepingpongd om tot een bevredigend resultaat te komen. Ook kan het heel goed zo zijn dat het ambitieniveau verschilt per vestiging, gebouw en of onderdeel.

Proces van risicoanalyse: Het is vervolgens van belang het proces van risicoanalyse goed te doorlopen. Draag daarbij zorg voor een goed samengesteld team dat de analyse gaat uitvoeren. Besteed voldoende aandacht aan het procesverloop:

  • Welke actoren kunnen er bij betrokken zijn?
  • Welke methodiek voor risicoanalyse wordt gebruikt?
  • Moet de rol van de buren (bedrijven in de omgeving) bij de analyse worden betrokken?
  • Hoe kan de interne en externe communicatie worden opgezet?

Al risicoanalyse laten uitvoeren?: Sommige bedrijven hebben, op basis van andere wetgeving of vanwege certificaten (VCA, OHSAS 18001 / ISO 45001, ISO 14001, HKZ, JCI etc.) al een risicoanalyse laten uitvoeren. Deze kan dan als basis dienen. Hoe breed en diep vervolgens de risicoanalyse gaat is aan de organisatie zelf. Aanbevolen wordt om deze niet te beperken tot hetgeen in de Arbowet staat, namelijk ‘het verlenen van levensreddende eerste hulp en het in veiligheid brengen van personen’.

In een bredere risicoanalyse wordt niet alleen vastgesteld dát er brand kan ontstaan, maar ook hoe groot die kan worden en wat hiervan de gevolgen kunnen zijn. Of welke gevolgen een stroomuitval heeft: na hoeveel tijd begin je er echt last van te krijgen en hoe erg is dat dan? Hiermee schuiven wij richting ISO 31000 risicomanagement. Dit is een bewuste keuze. Uiteindelijk kan deze analyse leiden tot “maatgevende scenario’s”. Deze scenario’s kunnen op veel verschillende risico’s betrekking hebben, van brand tot uitval van ICT-voorzieningen, van ontploffingen tot persoonlijk letsel.

Stap 2 Bepalen beheersmaatregelen

De resultaten van de analyse leiden tot het vaststellen welke beheersmaatregelen nodig zijn (bouwkundig, technisch en organisatorisch) en op welke plek in de veiligheidsketen (pro-actie, preventie, preparatie, repressie en bereddering).

Beheersmaatregelen: Op basis van de resultaten van de analyse wordt bepaald welke beheersmaatregelen nodig zijn (bouwkundig, technisch en organisatorisch, oftewel de BIO-mix) en op welke plek in de veiligheidsketen (pro-actie, preventie, preparatie, repressie en bereddering). Evenals de risicoanalyse gaan ook de beheersmaatregelen verder dan die voor brand en persoonlijk letsel. Als bijvoorbeeld uitval van utiliteitsvoorzieningen tot grote problemen/risico’s kan leiden, dan is het van belang hierop te anticiperen.

Het kan zijn dat op basis van de analyse geconstateerd wordt dat bijvoorbeeld de mate van bouwkundige – en technische (brand)veiligheid te laag is. Zijn die met organisatorische maatregelen niet op te lossen én kan het ambitieniveau niet omlaag dan is het van belang de bouwkundige (B) en installatietechnische (I) componenten te opwaarderen. Dit kunnen overigens ingrijpende maatregelen zijn die tijd en geld kosten. Dat kan betekenen dat het gewenste ambitieniveau niet direct wordt bereikt.

Ook hier geldt weer dat het proces wellicht enkele malen moet worden doorlopen. Keuzes die gemaakt worden kunnen uiteindelijk onwerkbaar blijken door tijd of kosten. Wel zullen keuzes gemaakt moeten worden en deze moet de directie onderschrijven.

Stap 3 Ontwerpen van de BNO/BHV

Maak op basis van de tweede stap het ontwerp van de bno.

Maak een verse start! Ondanks dat er natuurlijk in veel organisaties al sprake is van een bno/bhv is het goed om een verse start te maken. De maatgevende scenario’s uit de analyse, en de beheersmaatregelen uit stap 2 bepalen uiteindelijk de grootte en kwaliteit van de bno/bhv. De bno kan op vele manieren worden vormgegeven, er is niet één juiste opzet. Van belang is dat goed gekeken wordt naar welke prestaties de bno/bhv moet kunnen leveren en in welke tijdspanne.

Is het alleen in kantooruren of moet de bno 24/7 paraat zijn? Het mag duidelijk zijn dat het opzetten van een bno in bijvoorbeeld een technische universiteit bewerkelijker is dan die in een sportvereniging of een klein kantoor. Daarnaast verdient het inrichten van de samenwerking met de openbare hulpdiensten aandacht. Het gaat bij het ontwerp om meer dan alleen de “poppetjes”. Het gaat ook om:

  • Vaststellen van de benodigde competenties.
  • De opleidings- en trainingsstructuur.
  • De benodigde middelen.
  • Borging van de continuïteit.
  • Begroting/budgettering tot aan auditing.
  • Vaststellen van procedures voor oefenen en ontruiming.

Ook spelen vragen omtrent samenwerking met anderen. Denk aan bedrijfsverzamelgebouwen, industrieterreinen en winkelcentra. Uiteindelijk wordt het ontwerp beschreven in het (bedrijfs-)noodplan (waarin ook achtergrondinformatie staat over de risicoanalyse en de keuze van de beheersmaatregelen). Bedenk dat zaken zoals een veiligheidsplan, ontruimingsplattegronden of aanvalsplan van de brandweer allemaal onderdeel zijn van het (bedrijfs-)noodplan.

Stap 4 Implementatie

Implementeer deze structuur, test de structuur en pas deze, indien nodig aan.

The proof of the pudding is in the eating. Pas dan wordt duidelijk of het ontwerp de praktijk aan kan. In veel gevallen blijkt deelname van de directie tijdens een volledige ontruiming in de praktijk tegen te vallen. Voor de geloofwaardigheid van de bno is voorbeeldgedrag van de directie essentieel.

Dit betekent ook: vaak en goed oefenen. Wettelijk wordt vereist dat er minimaal jaarlijks een ontruimingsoefening wordt gehouden. Vanuit de hier beschreven visie bezien is dit ontoereikend. Het gaat erom de organisatie te testen, via meerdere wegen en met meerdere scenario’s. Soms is een table-top oefening op zijn plaats, een andere keer kan het nodig zijn all out te gaan, inclusief het gebruik van Lotus-slachtoffers, inzet van de openbare hulpverlenings diensten (OHD) vorming van het interne crisisteam.

Doel van oefenen is samen “leren”, en ook bij de rest van de organisatie beter begrip krijgen van de bno/bhv Laat niet iedereen mee-oefenen, maar juist observeren hoe het gaat. Een goed hulpmiddel voor de nabespreking is ook het maken van filmpjes.

Wet- en regelgeving

Houd bij de inrichting van een bedrijfsnoodorganisatie en bedrijfshulpverlening rekening met drie wetten: de Arbowet, het Bouwbesluit en de Omgevingswet. Veelal wordt gedacht dat alleen de Arbowet (art. 15) uitspraken doet over interne hulpverlening. De Arbowet heeft als scope de werkgever en werknemers, zo werd duidelijk uit een in 2008 gehouden onderzoek op verzoek van de minister van Justitie naar aanleiding van de Schipholbrand naar de scope van de bedrijfshulpverlening in noodsituaties. Dit zou betekenen dat in situaties waarin sprake kan zijn van derden, de bhv niet adequaat wordt ingericht. Daarom is in de Woningwet, in het Bouwbesluit (art 7.11) opgenomen dat een bouwwerk te allen tijde ontruimd moet kunnen worden en dat daarvoor ondersteuning geregeld moet zijn. Om dit ook voor niet-bouwwerken (denk aan evenementen) te regelen is vanaf januari 2018 in de Omgevingswet, Besluit overige plaatsen, opgenomen dat ook daar te allen tijde ontruimd moet kunnen worden.

Risico’s

De Arbowet (art.15) stelt dat de bhv wat kwaliteit en kwantiteit betreft afgestemd moet zijn op de risico’s van de organisatie (en dat die risico’s volgen uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (ri&e)). Het Bouwbesluit en Omgevingswet stellen geen verdere eisen. Hoewel de grootte en kwaliteit van de bhv zou moeten volgen uit de ri&e zijn er bijna geen branche-ri&e’s waarin voldoende aandacht is voor de bno en bhv. Daarom wordt in dit artikel gesproken over risicoanalyse.

Artikelen Arbeidsomstandighedenwet

  • Art. 3 (De werkgever moet arbobeleid voeren.)
  • Art. 15 (Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening. Stelt dat de werkgever verplicht is om deskundige bijstand op het gebied van BHV te organiseren. Grootte en kwaliteit hangen af van de resultaten van de RI&E. Minimaal zijn de onderwerpen LEH, het bestrijden van (een begin van) brand en ontruimen geregeld.)

 

Omgevingswet

Besluit overige plaatsen (Regelt dat de organisator van bijvoorbeeld een evenement moet zorgen dat bij een incident de ontruiming wordt georganiseerd zodat aanwezigen het terrein veilig kunnen verlaten.)

Woningwet

Art. 7.11 Bouwbesluit (Regelt dat de gebruiker van een bouwwerk moet zorgen dat bij een incident de ontruiming wordt georganiseerd zodat aanwezigen het bouwwerk veilig kunnen verlaten.)

Stap 5 Borging en evaluatie

Borg het systeem, evalueer het systeem periodiek en stel, waar nodig, bij.

De bno/bhv verandert immers mee met de organisatie, nieuwe inzichten en nieuwe technieken. Het is derhalve van belang om periodiek (na oefeningen en minimaal jaarlijks) te onderzoeken of de bno nog voor haar taken is berekend. Uiteraard heeft het hoofd bno een directe link met de directie en wordt op de hoogte gehouden van voorstellen tot wijziging in de organisatie (groei, krimp, verplaatsen), nieuwe machines (denk aan de introductie van een MRI in een ziekenhuis) of nieuwe chemicaliën.

Idealiter wordt bij dergelijke veranderingen een (deel-)ri&e uitgevoerd en worden de implicaties voor de bno meegenomen maar dat is slechts zelden het geval. Belangrijk is ook om naast de gemeten performance (bijvoorbeeld “hoe snel is het gebouw ontruimd”) te kijken naar hoe de bno wordt gepercipieerd door medewerkers, managers en derden (OHD, buren). Omdat er sprake is van de nodige ontwikkelingen is het van belang dat het hoofd bno hiervan op de hoogte is. Dat kan via vakliteratuur, social media en door het aansluiten bij vakgroepen van beroepsverenigingen.

Tip: Het opzetten van een ICT-kring (intercollegiale toetsing) kan helpen om de evaluatie naar een hoger peil te tillen.

Vaststellen ambitieniveau

Het valt op hoe weinig bedrijven expliciet hebben gemaakt wat hun ambitieniveau is bij bedreigingen. Soms is het indirect af te leiden uit de visie en de mission statement, maar deze zijn vaak geschreven op een hoog abstractieniveau (“de wereld verbinden”) en daardoor niet direct toepasbaar. Een hoofd bno kan er wel de legitimiteit voor het ambitieniveau uit destilleren.

Is bijvoorbeeld de mission statement “het 24/7 verlenen van goede zorg aan (…)” dan is het helder dat dit ook betekent dat de utiliteitsvoorzieningen niet mogen uitvallen en dat het zwaartepunt moet liggen bij brandpreventie en niet bij blussen. Dus: maak gebruik van dat wat er vaak, zij het impliciet, al is afgesproken, dat scheelt een uphill battle. Een ambitieniveau kan overigens gedifferentieerd zijn. Zeker bij grotere bedrijven/organisaties. Denk bijvoorbeeld aan een ziekenhuis.

De core met de eerste hulp, IC’s, OK’s en röntgen/MRI is cruciaal voor het functioneren. Een losstaand gebouw met puur administratieve functies en zelfredzame aanwezigen kan wellicht met minder beschermende maatregelen toe: daar is het zorgdragen voor levensreddende eerste hulp en een goede ontruiming in geval van nood wellicht al voldoende.

Voorbeeld instelling langdurige zorg

Een instelling voor langdurige zorg heeft op basis van de risicoanalyse haar ambitieniveau als volgt geformuleerd: Bij een brand mag er maximaal één cliëntenkamer verloren gaan (en dus is daarmee het maximaal aanvaard verlies twee bewoners).

Dit klinkt wellicht hard, maar is te rechtvaardigen omdat de tijd van brandoverslag tegenwoordig 3-5 minuten is in plaats van 15. Dus als de interne hulpverleners arriveren is de rook al zodanig dat de kans op overleven minimaal is. Het openen van de deur kan dan leiden tot back draft en het vol zetten van de gang met rook. Hierdoor kan het in veiligheid brengen van andere cliënten in gevaar komen.

Om het risico op brand te reduceren heeft de instelling wel maatregelen genomen zoals het impregneren van meubilair, het aanleggen van watermist en totale detectie, deurdrangers en zijn alle oude tv’s vervangen door lcd-schermen.

Voorbeeld nieuwe locatie

Een bedrijf gaat naar een nieuwe locatie en wil daar (bijna) zeker stellen dat het ondanks grotere incidenten kan blijven produceren. Na de risicoanalyse besluit het bedrijf om tal van preventieve maatregelen te nemen, zoals een noodstroomaggregaat, het niet situeren van vitale onderdelen op of onder het maaiveld (maar minimaal drie meter erboven), het aanhouden van voorraden grondstoffen en ruimte voor de opslag van gereed product.

Het is aan de bestuurder/directie de beslissing te nemen omtrent het gewenste ambitieniveau. Maar dit kan hij alleen als hij goed is geadviseerd. Het is niet realistisch van de bestuurder diepgaande kennis omtrent bno te verwachten. Maar de bestuurder kan wel een goede beslissing nemen als hij goed wordt geadviseerd.

Voorlichting aan medewerkers

Wettelijk is de werkgever verplicht om voorlichting en onderricht (instructie) te organiseren. Hieronder valt ook de voorlichting met alles dat betrekking heeft op bno en bhv. Het is belangrijk dat medewerkers weten hoe er ontruimd moet worden, wat de afspraken zijn ten aanzien van het melden van incidenten en hoe, bij een incident, om te gaan met minder zelfredzamen, maar eigenlijk begint het communiceren al bij stap 1: de risicoanalyse. Zorg daarom voor een communicatieplan (intern en extern) waarin de betrokkenen worden ‘meegenomen’ in het proces. Dit betekent niet dat iedereen over alles wat te zeggen krijgt. Wel wordt draagvlak gecreëerd en wordt voorkomen dat er blinde vlekken ontstaan die bij de implementatie tot verrassingen kunnen leiden.

Gezondheidsbewaking

Veiligheid en gezondheid van de bno’ers/bhv’ers is een belangrijk aandachtpunt. Het gaat tenslotte om werkzaamheden die uitgevoerd worden in niet reguliere situaties. En als er bijvoorbeeld ademlucht gedragen moet worden dan is een medische keuring van belang. Na afloop van een inzet kan het nodig zijn om de gezondheid van de betrokkenen te monitoren, bijvoorbeeld als er sprake kan zijn van ingeademde rook of, blootstelling aan agentia. Naast deze lichamelijke gezondheid speelt ook de psychische gezondheid. Een inzet, zeker als daarbij slachtoffers zijn te betreuren, kan grote impact hebben op de bhv’ers. Het is dus van belang daar rekening mee te houden en al vooraf opvang te organiseren om daarmee de kans op post traumatische stress stoornis (PTSS) te verkleinen.

Praktische toepassing

Het goed inrichten van de bedrijfsnoodorganisatie en bedrijfshulpverlening is voor iedere organisatie van belang, van procesindustrie tot aan een sportvereniging. Veel organisaties richten zich alleen/direct op het inrichten van de bhv dus het zorgen voor de adequate zorg zodra incidenten zich daadwerkelijk voordoen. Verstandiger is het om uit te gaan van de integrale benadering. Daarin wordt een combinatie van bouwkundige, technische en organisatorische maatregelen gebruikt. Bovenop de wettelijke verplichtingen (het in veiligheid brengen van personen) wordt vanuit bedrijfseconomisch perspectief naar de risico’s gekeken. Deze visie vormt het uitgangspunt bij de aanpak die in dit artikel is beschreven.

Dit artikel is in februari gepubliceerd in Safety! magazine nr 1 2019, en is gebaseerd op een onderdeel van de website hse.sdu.nl:
Practice note Bedrijfsnoodorganisatie en bedrijfshulpverlening (BNO en BHV).

Over de auteur: Raphaël Gallis is eigenaar van Stata Mater Advies.

Meer informatie over specifieke werkomstandigheden?
Ga naar Sdu HSE of vraag een gratis demo aan.

 

Reageer