Minister licht stand van zaken varend ontgassen toe

0

Minister Van Nieuwenhuizen (I&W) heeft de Tweede Kamer schriftelijk geïnformeerd over de stand van zaken op gebied van varend ontgassen van binnenvaarttankschepen en de daarvoor relevante regelgeving. Ten aanzien van het internationale ontgassingsverbod stelt zij dat de eerste fase van deze regelgeving in Nederland in werking kan treden, nadat de andere landen het Scheepsafvalstoffenverdrag geratificeerd hebben. Dat zal naar verwachting zal dat medio 2020 zijn. In de eerste fase zit een verbod voor onder andere benzeen. In 2022 wordt dit gevolgd door de meer dan tien procent benzeen houdende stoffen. In 2023 volgt de laatste fase, waarmee op dat moment meer dan 95 procent van alle ontgassingen is verboden/wordt voorkomen. De andere landen die bij het Scheepsafvalstoffenverdrag aangesloten zijn, waaronder Duitsland, zijn bezig met een parallel traject van implementatie.

Installaties

Verder stelt zij dat er meer ontgassingsinstallaties moeten komen. Er zijn op dit moment vijf van zulke installaties, in Rotterdam, Amsterdam en Moerdijk, en er zijn nog eens vijf installaties in vergunningprocedure, onder andere in Zeeland. Op het moment dat de wijziging van het Scheepsafvalstoffenbesluit in werking treedt, zullen er meer installaties moeten zijn, die bovendien ook geschikt zijn voor de stoffen die dan verboden worden.

Taskforce

De minister heeft een taskforce ingesteld, om de weg naar een efficiënt ontgassingsverbod te coördineren. Er wordt momenteel in de taskforce gewerkt aan een praktische betaalwijze, waarbij de verlader/bevrachter/als vertegenwoordiger van de eigenaar van de lading, de kosten voor zijn rekening neemt. Daarmee kan de schipper ‘gratis’ terecht bij de ontgassingsinstallatie en wordt een belangrijke prikkel tot illegaal varend ontgassen weggenomen. Ook een adequate handhaving is een onderwerp dat in de taskforce wordt uitgewerkt.

Versnellen

Op de vraag of het verbod te versnellen is, stelt de minister dat zij op de zogenoemde Aktewateren geen eenzijdige maatregelen kan nemen. Daarvoor biedt alleen het Scheepafvalstoffenverdrag de basis. Zodra het verdrag ook in de andere verdragstaten geratificeerd is, kan het verbod in werking treden. Maar ook de praktische maatregelen die nodig zijn bepalen mede het tempo van de inwerkingtreding.

Reageren is niet mogelijk.