Het aanpassen of ingrijpend wijzigen van CE‑gemarkeerde machines en het wijzigen van machines die al vóór de invoering van de huidige Machinerichtlijn 2006/42/EG in gebruik zijn genomen blijft in de praktijk veel vragen oproepen. Wanneer is er nu precies sprake van een ingrijpende wijziging? En welke verplichtingen brengt dat met zich mee voor organisaties? De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) heeft hierover de Werkinstructie beoordelen van gewijzigde machines opgesteld. In dit blog beantwoordt Paul Hoogerkamp de meest voorkomende vragen rond deze zogenoemde fabrikantsverplichtingen en zet hij de belangrijkste aandachtspunten helder op een rij.
Rode cirkel
Hoewel in de eerste uitgave van deze werkinstructie de rode cirkel met CE ontbrak (zie figuur 1) was de tekst duidelijk. Toch blijven er vragen over die fabrikantsverplichtingen; want het kan toch niet zo zijn dat je de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid op je neemt voor een machine van iemand anders! Was die werkinstructie ten aanzien van het beoordelen van gewijzigde machines echt onduidelijk of was je beducht om voor het ongewijzigde deel verantwoordelijkheid en ook aansprakelijk te worden gesteld?
Dat er maar één fabrikant is die de fabrikantsverplichtingen vervult, is in de huidige versie van de werkinstructie nogmaals onderstreept door die toegevoegde rode cirkel. Dit is absoluut geen verandering van beleid of iets nieuws. Dat er dan sprake is van één fabrikant was al duidelijk vanaf het begin van de invoering van de Machinerichtlijn in 1992.
Blue guide
Hoewel de toelichting op de Machinerichtlijn van 1993 niet altijd even begrijpelijk was, werden in The Blue Guide on the implementation of the product rules (een niet-bindend instrument en voor het eerst gepubliceerd in 2000) impliciet voorbeelden gegeven over die fabrikantsverplichtingen inzake ingrijpende wijzingen.
In twee eerdere blogs op deze website (Verordening machineproducten deel 1 en deel 2) schreef ik al over deze gids met toelichting op de Machinerichtlijn uit 1993 en de daaropvolgende verbeteringen en veranderingen in de latere gidsen.
Momenteel wordt gewerkt aan de gids met toelichtingen op de Machineverordening. Lerend van het verleden en met het oog op de toekomst, is dit een geschikt moment om te beoordelen of deze werkinstructie, eventueel na aanpassing, kan worden opgenomen in de toelichting op de ingrijpende wijziging zoals gedefinieerd is in de Machineverordening.
In het hoofdstuk ‘Verplichtingen van diegene die de wijziging uitvoert’ van de NLA-werkinstructie staat een illustratie met uitleg die in feite de kern vormt (zie figuur 1).

Figuur 1 Omlijning CE-markering. (Bron figuur: NLA)
Bij deze illustratie van de werkinstructie zijn de cirkels toegelicht:
- Het gedeelte van de basismachine waarop de wijziging geen invloed heeft. Dit gedeelte van de basismachine moet voldoen aan de gestelde minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats, zoals gesteld in de Richtlijn Arbeidsmiddelen 2009/104/EG.
- Diegene die wijzigt moet onderbouwen (zoals beschreven in bijlage VII onder A van de Machinerichtlijn) dat het nieuwe gedeelte volledig voldoet aan de eisen van de Machinerichtlijn.
- De invloeden van de wijziging op de basismachine moeten volledig onderbouwd worden zoals beschreven in punt 2. De grenzen van de wijziging die invloed heeft op de basismachine moeten duidelijk zijn. Hiervoor geldt het volgende:
- a. Er is geen nieuw gevaar of geen toename van een bestaand gevaar, zodat de machine nog steeds als veilig kan worden beschouwd.
- b. Hoewel er sprake is van een nieuw gevaar of een toename van een bestaand gevaar zijn de bestaande beschermingsmaatregelen van de machine van vóór de wijziging nog steeds toereikend. Dan kan de machine nog steeds als veilig worden beschouwd.
- c. Er is een nieuw gevaar of een toename van een bestaand gevaar en de bestaande beschermende maatregelen zijn niet toereikend of geschikt. Dit betekent dat men voor dit gedeelte de machine moet aanpassen en dat deze aanpassing moet voldoen aan de Richtlijn 2006/42/EG.
Ingrijpende wijziging
Het gaat dus om een ingrijpende wijziging die (eindelijk!) in de Machineverordening is gedefinieerd (art. 3.16) als;
- “substantiële wijziging”: niet door de fabrikant voorziene of geplande wijziging van een machine of verwant product met fysieke of digitale middelen nadat die machine of dat verwante product in de handel is gebracht of in bedrijf is gesteld, die gevolgen heeft voor de veiligheid van die machine of dat verwante product, door een nieuw gevaar te creëren of een bestaand risico te vergroten, zodat het volgende vereist is:
- a. de toevoeging van afschermingen of beveiligingsinrichtingen aan die machine of dat verwante product waarvan de realisatie een wijziging vereist van het bestaande veiligheidscontrolesysteem, of
- b. de vaststelling van aanvullende beschermingsmaatregelen om de stabiliteit of de mechanische sterkte van de machine of dat verwante product te waarborgen;
Bijvoorbeeld het aanbrengen van een (extra) afscherming kan het risico verkleinen. Deze extra afscherming valt, zo te lezen, niet onder deze definitie. Nu kan het zijn dat die afscherming zodanig wordt ontworpen, dat bijvoorbeeld de mechanische sterkte van het oorspronkelijke product wordt aangetast. Dat die extra afscherming alsnog kan leiden tot een substantiële wijziging kun je in de regel vermijden door kennis en creativiteit van een ter zake kundig constructeur.
Het aanbrengen van een extra noodstop, die je vervolgens aansluit op de veiligheids-PLC (programmeerbare safety controller) en daarmee ook wat programmeerwerk met zich meebrengt, is dus wel substantieel. In dat geval wijzig je het bestaande veiligheidscontrolesysteem.
Tip: Zorg er dus voor dat het aansluiten van een extra noodstop reeds door de fabrikant is voorzien. Controleer bijvoorbeeld de gebruikersinstructie hierop voordat je de machine aanschaft. Als je een noodstop in serie met andere noodstop(pen) kan aansluiten, rekening houdend met de elektrische en elektromagnetische randvoorwaarden, zal dit geen substantiële wijziging zijn. Immers bestaande risico’s worden door een correcte opstelling van de noodstop verkleind.
Het is van belang de definitie goed te bestuderen en te letten op de komma’s en vooral de woorden en en of op te vatten alsof het binaire logica betreft. Desondanks blijft het onderwerp substantiële wijziging, de NLA-werkinstructie ten spijt, toch vragen oproepen.
Stel de oorspronkelijke machine voldoet niet aan de eisen
Stel dat de oorspronkelijke machine (cirkel 1 in die illustratie) niet aan de eisen blijkt te voldoen onafhankelijk van het wel of niet hebben van de CE-markering. De fabrikant van de wijziging (rode cirkel) wordt nu verantwoordelijk voor deze machine die mogelijk onterecht van CE-markering is voorzien of niet voldoet aan de minimale veiligheidseisen.
Bedenk dat er gradaties zijn voor het niet voldoen aan de productregelgeving. Dit kan als gevolg van het ontbreken van de verklaring van overeenstemming, typeplaatje verdwenen of onleesbaar geworden, technisch dossier onvindbaar of niet compleet, handleiding verdwenen, een afscherming die ontbreekt, functionele veiligheid niet in orde, Safety PLC programma niet correct, enz…
Dergelijke non-compliance varianten hebben de opstellers van de Machinerichtlijn al in 1989 voorzien, hoewel de veiligheids PLC’s na de eerste uitgave van de Machinerichtlijn (89/392/EEG) pas op de markt verschenen.
Toelichting samenstel
In de toelichting op de Machinerichtlijn (Pierre Massimi en Jan Pierre Van Gheluwe in 1993) is aangegeven hoe om te gaan met wijzigingen. In die toelichting komt ook het samenstel aan de orde. Uit die gids met als titel Community legislation on machinery comments on directive 89/392/EEC and Directive 91/368/EEC heb ik hierna de relevante delen overgenomen met mijn opmerkingen met mijn initialen (PH) toegevoegd).
In die gids wordt in artikel 1 lid 2 toegelicht wat als machine moet worden beschouwd, en wie dan daarvoor verantwoordelijk is:
- … Nog steeds in lid 2 worden vervolgens drie uitbreidingen gegeven van wat in deze richtlijn onder ‘machines’ wordt verstaan:
- a. samenstellen van machines of complexe installaties. inclusief gerobotiseerde en geautomatiseerde werkplaatsen. De opstellers van deze tekst hebben dit begrip steeds in gedachten gehouden en de consequenties daarvan zijn te vinden in artikel 4, lid 2 en artikel 8, lid 6.
- b. verwisselbare uitrustingsstukken …
PH: Ook de toelichtende gidsen bevatten helaas vertaalfouten (zie mijn eerdere blogs: Verordening machineproducten deel 1 en deel 2). Het tekstdeel gerobotiseerde en geautomatiseerde werkplaatsen is een vertaling van de oorspronkelijke Engelse tekst: robotized and automated workplaces. In de Duitse uitgave van diezelfde gids is dit vertaald als: computergesteuerte und vollautomatisierte Fertigungshallen.
Mijns inziens is dit een betere interpretatie, maar de vertaling zou eigenlijk moeten zijn: computergestuurde en volledig geautomatiseerde productielijnen oftewel geïntegreerde productiesystemen.
Ook destijds (1993) heeft de normcommissie (CEN/TC 114) van de EN-ISO 12100 (voorheen EN 292-1 en 2) dit zo opgevat. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in de norm EN-ISO 11161 (titel: Veiligheid van machines – Geïntegreerde productiesystemen – Algemene eisen) .
Toelichting verplichtingen
Hoewel de verwijzing naar Artikel 4 lid 2 wordt gemaakt, is name de toelichting van artikel 8 lid 6 van belang:
- Machinerichtlijn 89/392/EEG, artikel 8 lid 6
Indien de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde niet aan de verplichtingen van de voorgaande leden heeft voldaan, rusten deze verplichtingen op een ieder die de machine of de veiligheidscomponent in de Gemeenschap in de handel brengt. Dezelfde verplichtingen gelden voor diegene die machines of machineonderdelen dan wel veiligheidscomponenten van verschillende herkomst assembleert of die de machine of de veiligheidscomponenten voor zijn eigen gebruik vervaardigt.
Bij de formulering van lid 6 was het de bedoeling van de opsteller (van de machinerichtlijn, PH) om de constructie (opbouw, PH) mogelijk te maken van complexe gehelen (samenstel, PH), gerobotiseerde werkplaatsen enzovoort door een constructeur (Engels : contractor, PH) die geen (oorspronkelijke, PH) fabrikant was, maar wel de bevoegdheid (Engels: competence, PH) had om ten aanzien van de bepalingen van de richtlijn de verantwoordelijkheid (fabrikantsverplichtingen, PH) voor het geheel (geïntegreerd productiesysteem, PH) op zich te nemen.
PH: Een contractor is een (onder)aannemer of uitvoerder en hier foutief vertaald door constructeur. PH: De precieze vertaling van het woord competence hangt af van de context; Gaat het hier om de professionele vaardigheden of de juridische bevoegdheid. In dit geval gelden hier zowel deskundigheid als bevoegdheid en dan is bekwaamheid of het Engelse leenwoord competentie een betere keuze.
In de praktijk biedt dit lid (8 punt 6, PH) andere mogelijkheden. Op grond hiervan is het voor iedereen mogelijk om in plaats van de fabrikant, wanneer deze geen in de Gemeenschap gevestigde gevolmachtigde heeft, de administratieve procedures af te wikkelen in verband met de attestering van de overeenstemming, en wel in afwijking van lid 1.
PH: Een hardnekkig misverstand is dat een willekeurig persoon de fabrikantsverplichtingen op zich moet nemen. Bedoeld wordt een ter zake kundige fabrikant die de fabrikantsverplichtingen kan vervullen voor zijn/haar geïntegreerd productiesysteem:
- Artikel 3.18 uit Machineverordening
“fabrikant”: elke natuurlijke of rechtspersoon die:- a. producten die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, vervaardigt of deze producten laat ontwerpen of vervaardigen, en die die producten onder zijn of haar eigen naam of merk in de handel brengt; of
- b. producten die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, voor eigen gebruik vervaardigt en in bedrijf stelt;
Je kunt pas een beroep doen op lid 6, als de fabrikant om zeer dringende redenen de procedures niet kan afhandelen (fabrikant verdwenen, rechtstreekse verkoop aan het buitenland…). Een in de Gemeenschap gevestigde fabrikant zal zich nooit op dit lid kunnen beroepen en daarmee zijn verantwoordelijkheden op een derde afwentelen (detailhandelaar, groothandel, gebruiker), indien hij een gebruiksklare machine bouwt.
PH: Belangrijk is hier de zinsnede ’.. indien hij een gebruiksklare machine bouwt’. In de Engelse tekst staat ..in respect of machinery which is ready for use, en niet .. for enduser. Dit soort nuances kan tot misverstanden leiden. Hierbij opgemerkt dat er een verschil is tussen een niet-voltooide machine en een niet-gebruiksklare machine. De fabrikant van een niet-voltooide machine heeft wel degelijk bepaalde verplichtingen volgens de Machinerichtlijn en vindt dat zijn niet-voltooide machine (een motor met reductor) wel degelijk gebruiksklaar is om te worden ingebouwd.
Bovendien neemt degene die gebruik maakt van de door dit lid geboden mogelijkheden alle verantwoordelijkheden op zich die normaal gesproken bij de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde berusten. Hij moet er dus voor zorgen dat de machine in overeenstemming is met de fundamentele voorschriften en ofwel over het technisch dossier van bijlage V beschikken of zelf dit dossier opstellen.
PH: Zelfs een eenvoudige machine bestaat in de regel uit meerdere componenten of samenstellen die door verschillende fabrikanten worden geleverd. In het geval van een incident met een machine is het voor de marktbewaking ondoenlijk om alle fabrikanten van deze onderdelen aan te schrijven om er achter te komen wie of wat er mis is gegaan en wie zij dan moeten aanspreken. Vandaar dat er maar één fabrikant is die de verantwoordelijkheid (zogenoemde fabrikantsverplichtingen) voor het geheel (eindproduct/geïntegreerd productiesysteem) op zich moet nemen. Dit uitgangspunt is ook weergegeven in die werkinstructie met de rode cirkel met CE markering (zie figuur 1).
Je zou ook kunnen veronderstellen dat, als de machine niet aan de voorschriften voldoet, hij de overeenstemming tot stand moet brengen, indien hij daartoe in staat is. De nodige wijzigingen zullen dan slechts beperkt kunnen zijn, omdat de richtlijn voorschrijft dat de fundamentele eisen in het ontwerp van de machine worden geïntegreerd.
PH: In de latere gids van 1999 (de toelichting op de machinerichtlijn 98/37/EG) zijn genoemde laatste twee zinnen uit die toelichting van 1993 geschrapt. Blijkbaar werd die toelichting misbruikt om de wet te ontduiken. In de 1999 versie is daardoor een tekst opgenomen in paragraaf 236 Abusive interpretation of Article 8(6). Bedoeld werd dat de machine minimaal moest voldoen aan de toenmalige arbeidsmiddelenrichtlijn (89/655/EEG) die vervangen is door de huidige arbeidsmiddelenrichtlijn (2009/104/EG). In de gids van 1999 en later is dit punt wel verder uitgewerkt.
De hiervoor, uit de gids van 1993 overgenomen toelichting, gaat vervolgens verder in op het samenstel waarbij drie situaties worden onderscheiden, kortweg samengevat:
- De constructeur (aannemer, PH) stelt zijn geheel (geïntegreerd productiesysteem, PH) samen uit nieuwe machines.
- De constructeur (aannemer, PH) kan ook pas jaren na het inbedrijfstellen van de machines een modificatie doorvoeren (de zogenoemde ingrijpende wijziging, PH).
- De constructeur (aannemer, PH) kan onderdelen vervangen met of zonder prestatiewijziging.
PH: In de huidige gids voor de Machinerichtlijn versie 2.3 zijn deze items onder andere terug te vinden in paragraaf 38 en 72. Die toelichting uit 1993 eindigt met:
- Men zou nog meer gevallen kunnen bedenken. Deze dienen in de hierboven geschetste geest en met gezond verstand te worden behandeld.
PH: Deze oproep om het gezonde verstand te gebruiken is helaas bij de huidige versie van de gids verdwenen.
Verantwoordelijkheid
Vaak wordt veel tijd gestoken in het zoeken naar mogelijkheden om de fabrikantsverplichtingen bij ingrijpende wijzigingen te ontlopen. Daarbij worden meestal selectief tekstdelen uit de wet of toelichtende gidsen aangehaald om aan te tonen dat de verantwoordelijkheid ergens anders ligt.
Het is verstandiger, met het uitgangspunt dat er fabrikantsverplichtingen zijn, die tijd te besteden om de ingrijpende wijziging vakkundig uit te voeren en daarvoor dan ook de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid te nemen.
Overigens wijzigingen aan arbeidsmiddelen moeten sowieso vakkundig gedaan worden en goed gedocumenteerd en op grond van de Arbowet heb je sowieso de verantwoordelijkheid hiervoor. In de verplichte risicobeoordeling kun je toelichten welk deel een CE-markering heeft, welk deel voldoet aan de regelgeving voor arbeidsmiddelen en wat de gevolgen zijn van die ingrijpende wijziging.
Overigens als achteraf mocht blijken dat er een gebrek in het ongewijzigde deel aanwezig was de basismachine in het voorbeeld van de NLA, dan is er nog altijd de ketenaansprakelijkheid waarmee je bij de oorspronkelijke fabrikant verhaal kunt halen. Dus er is altijd een fabrikant van de ingrijpend gewijzigde machine (rode cirkel in figuur 1).
De NLA-werkinstructie verduidelijkt in feite met die cirkels de toelichtingen van 1993, 1999, 2006 en later. Het spreekt voor zich dat met de komst van de Machineverordening de NLA deze werkinstructie zal actualiseren.
In een volgende artikel zal ik hier verder op ingaan. Denk bijvoorbeeld aan het toevoegen van kunstmatige intelligentie aan bestaande machines en wat te doen als een geïntegreerd productiesysteem is opgebouwd als samenstel met één CE-markering en waarbij maar een klein deel ingrijpend wordt gewijzigd, enz..
Over de auteur

Paul Hoogerkamp is ingenieur, adviseur en instructeur machine- en productveiligheid bij Mecid. Hij is auteur van de arbo-informatiebladen AI-11 Machineveiligheid: afschermingen en beveiligingen en AI-58 Machineveiligheid: aanschaf en ingebruikname nieuwe en gebruikte machines. Beide uitgaven zijn gepubliceerd op de kennisbank Sdu HSE.
Paul zal met enige regelmaat schrijven over de nieuwe verordening. Knelpunten in relatie met de verordening kun je melden via het contactformulier.

Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.