Melden van ongewone voorvallen / incidenten met gevolgen voor het milieu

0

Iedere maand licht de redactie een artikel van het magazine Gevaarlijke Lading uit in de rubriek Transport Uitgelicht. Gevaarlijke Lading is hét platform in Nederland en België voor vervoer, opslag en overslag van gevaarlijke stoffen – met online én tijdschrift. Deze maand in Transport Uitgelicht een artikel van advocaat Frank Janzing over de spelregels van het melden van ongewone voorvallen, incidenten met gevolgen voor het milieu.

Het melden van ongewone voorvallen in de zin van de Wet milieubeheer is een verplichting voor het bedrijf en bedoeld voor overheid en sector om ervan te leren en toekomstige schade aan het milieu te voorkomen. De spelregels uitgelegd door een jurist.

Frank Janzing

Bedrijfsvoering zonder incidenten is een utopie. Soms kunnen incidenten gevolgen hebben voor het milieu. De exploitant (drijver) van een inrichting is op grond van het eerste lid van artikel 17.2 van de Wet milieubeheer (Wm) verplicht om ongewone voorvallen met (mogelijke) milieugevolgen zo spoedig mogelijk te melden aan provincies en gemeenten (Wabo-bevoegd gezag). Deze meldplicht vloeit voort uit de Seveso- en de IPPC-richtlijn (zie ook kader ‘Meldplicht vervoer gevaarlijke stoffen’).

Bron: Shutterstock

.

Meldplicht vervoer gevaarlijke stoffen

De ongewone voorvallen in de zin van de Wet milieubeheer (waarover dit artikel gaat) moeten niet verward worden met ongevallen en voorvallen tijdens vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze moeten ook zo snel mogelijk gemeld worden, maar dan direct bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.

De Wet milieubeheer geeft geen definitie van ongewoon voorval. Volgens vaste jurisprudentie (zie kader ‘Meer informatie’) gaat het om “elke gebeurtenis in een inrichting, ongeacht de oorzaak daarvan, die afwijkt van de normale bedrijfsactiviteiten”. Dit begrip omvat zowel storingen in het productieproces en storingen in de voorzieningen van de inrichting als ongelukken en calamiteiten. Als in het productieproces rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld lekkages en als er maatregelen zijn getroffen om mogelijk schade te beperken, dan kan er nog net zo goed sprake zijn van een ongewoon voorval als die lekkages daadwerkelijk optreden.

Het bevoegde gezag kan na een melding onderzoek instellen als daartoe aanleiding is. Op hun beurt moeten provincies en gemeenten alle meldingen doorgevenaan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De ILT registreert en analyseert meldingen, om daar gezamenlijk (overheid en sector) van te leren.

In 2017 zijn er 3.620 ongewone voorvallen geregistreerd (zie kader ‘Meer informatie’). Volgens ILT is er echter sprake van ondermelding, waardoor geen representatief beeld gegeven kan worden van het werkelijke aantal ongewone voorvallen die zich dat jaar hebben voorgedaan. Van de voorvallen die worden gemeld, hebben veruit de meeste betrekking op lekkages/emissies van een gevaarlijke stof naar lucht, bodem, oppervlaktewater of riool. De overige meldingen hebben betrekking op brand, affakkelen, explosies (gas/damp/stof) of arbeidsongevallen.

Meer informatie

  • Vaste jurisprudentie: onder andere Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 12 juli 2006 (ECLI:RVS:2006:AY3734);
  • Geregistreerde voorvallen: factsheet meldingen Brzo-bedrijven 2017 van ILT;
  • Lekkage ziekenhuis: Rechtbank Limburg 3 december 2015; ECLI:NL:RBLIM:2015:10085;
  • Kleine brand: Rechtbank Rotterdam 31 augustus 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:7233;
  • Scheuring brandstoftank: Kamerstuk 32445 MvT 2009-2010
  • Strafvervolging: artikelen 1a, 2 en 6 Wet op de economische delicten.

Jurisprudentie vindt u op www.Rechtspraak.nl; wet- en regelgeving op www.overheid.nl.

Zo spoedig mogelijk

Een ongewoon voorval moet zoals gezegd, zo spoedig mogelijk worden gemeld. Zo spoedig mogelijk betekent: zodra dit mogelijk is. Hoe snel dat is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Als het bijvoorbeeld gaat om een brand, dan is het logisch om eerst de hulpdiensten te waarschuwen en pas daarna de melding aan het bevoegde gezag te doen. Voor de termijn van melding is niet van belang of het een ernstig of een minder ernstig ongewoon voorval betreft. Er wordt ook geen (maximale) meldingstermijn genoemd. De bepaling 17.2 Wm is uitdrukkelijk gericht tot de drijver van de inrichting en niet tot een vergunninghouder.

Er is pas sprake van een ongewoon voorval als er gevolgen voor het milieu (kunnen) zijn. De wetgever heeft hier een zeer ruime norm gehanteerd (art. 1.1 lid 2 sub a en b Wm): alle mogelijke nadelige gevolgen worden hiermee bedoeld. Er moet wel sprake zijn van een causaal verband tussen het voorval en de milieugevolgen. Met andere woorden: het ongewoon voorval moet de milieugevolgen hebben veroorzaakt. Gevolgen die zich enkel binnen de inrichting manifesteren, gelden niet als nadelige gevolgen in de zin van artikel 17.2 Wm. Deze betreffen dus geen ongewoon voorval. Een paar voorbeelden uit de praktijk zijn (zie kader ‘Meer informatie’):

  • een lekkage van een desinfecteermachine in een ziekenhuis waarbij de gevolgen beperkt bleven tot de ruimte waar de machine was opgesteld;
  • een kleine brand in een afgesloten ruimte.

Maatwerk

Omdat het niet praktisch is om ieder klein incident te melden, is in de wet voor het bevoegd gezag de mogelijkheid (art. 17.2 lid 4 Wm) gecreëerd om een afwijkende regeling te treffen voor minder ernstige incidenten. Je kunt daarbij denken aan bijvoorbeeld een aanrijding op een bedrijfsterrein waarbij een brandstoftank van een vrachtauto scheurt, met als gevolg dat een hoeveelheid dieselolie over een vloeistofdichte vloer uitstroomt maar ter plaatse wordt opgevangen, zodat geen bodemverontreiniging plaatsvindt (zie kader ‘Meer informatie’). Het is dan aan het bedrijf om aan te tonen dat het geen ongewoon voorval betreft. Meestal zal ook het bedrijf het initiatief nemen voor zo’n afwijkende regeling. Deze regeling kan worden opgenomen in de omgevingsvergunning of, als het gaat om een niet-vergunningplichtige inrichting, bij afzonderlijke beschikking. Er wordt dan gesproken van maatwerk. Een voorbeeld van maatwerk is de vergunningsvoorwaarde om alle kleine niet-significante voorvallen niet iedere keer maar eens per kwartaal te melden.

Als een ongewoon voorval niet wordt gemeld, is dat een overtreding van de plicht om zo’n ongewoon voorval te melden. Dat kan worden beboet. Is sprake van het opzettelijk niet melden van een ongewoon voorval, dan wordt dat als een misdrijf aangemerkt en kan het Openbaar Ministerie tot strafvervolging overgaan. De rechter kan een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, een taakstraf, of een geldboete van de vierde categorie (op dit moment maximaal € 20.750,=) (zie kader ‘Meer informatie’) opleggen.

Inzage vorderen

Op grond van art. 19 van de Wet op de economische delicten (WED) zijn opsporingsambtenaren bevoegd om inzage te vorderen van gegevens en bescheiden rond een bepaald voorval, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Op grond van die bevoegdheid worden vaak de resultaten van een door het bedrijf zelf verricht incidentenonderzoek gevorderd. Het kan dan zijn dat het bedrijf zichzelf door het verstrekken van die rapportage belast, aangezien het op die manier zelf het bewijs aandraagt van het niet tijdig melden van ongewone voorvallen.

In het strafrecht geldt als uitgangspunt dat een verdachte (waaronder ook de verdachte rechtspersoon) niet hoeft mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Dit wordt het nemo-tenetur-beginsel genoemd. Op grond van dit beginsel komt de verdachte het zwijgrecht toe en hoeft de verdachte geen, van zijn wil afhankelijk, (ander) bewijs te verstrekken. Het vorderen van incidentenrapportages door de opsporingsdienst wringt met dit uitgangspunt. Bovendien ligt hierin een gevaar op de loer: met het oog op het mogelijk moeten uitleveren van informatie aan een opsporingsinstantie, zal een bedrijf het incidentenonderzoek niet meer volledig en objectief verrichten.

Enkele tips in het kader van ongewone voorvallen:

  • verzeker u ervan welke mogelijke voorvallen binnen uw bedrijf gemeld moeten worden;
  • weet dat u een afwijkende regeling met het bevoegd gezag kunt treffen voor het melden van kleine incidenten;
  • wees erop verdacht dat uw interne incidentenonderzoek door een opsporingsdienst gevorderd kan worden.

Omgevingswet

Naar verwachting zal de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking treden. In deze wet komt aan het begrip ongewoon voorval een ruimere betekenis toe. Het melden van ongewone voorvallen blijft onder de Omgevingswet verplicht. Gezien de ruimere betekenis in de Omgevingswet is het dus goed mogelijk dat er dan nog meer voorvallen gemeld zullen moeten worden.

Frank Janzing is advocaat bij ALEX Advocaten

Dit artikel is eerder verschenen in Gevaarlijke Lading 2-2019.
Meer informatie over jurisprudentie rond het melden van voorvallen? Ga naar Sdu HSE. Heeft u nog geen abonnement op Sdu HSE en bent u nieuwsgierig naar dit online platform? Vraag hier een gratis demo aan!

Reageer