Houd rekening met kou als arbeidsrisico

0

Iedere maand licht de redactie een onderdeel uit van de website Sdu HSE. Sdu HSE is het platform voor professionals en bedrijven die gezond, veilig en duurzaam willen werken en produceren. Het platform bevat naast de Arbo-Informatiebladen en Safety! magazine artikelen ook practice notes met verdiepingen, tools, jurisprudentie en wetgeving en commentaar. Deze maand in HSE Uitgelicht het Safety! artikel:
Houd rekening met kou als arbeidsrisico

In Nederland werken werknemers zelden onder extreem koude omstandigheden. Toch is het belangrijk om rekening te houden met kou als arbeidsrisico. Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die buiten werken, zoals bouwvakkers en wegwerkers, of werknemers die in koel- en vriesruimten of met koud water werken.

Kou op de werkplek kan allerlei gevolgen hebben voor het werk en de gezondheid van de werknemer, zoals het afnemen van vingervaardigheid en blijvend letsel door bevriezing. Bescherming tegen kou is dus belangrijk. Afhankelijk van de situatie moeten maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen variëren van aanpassing van de werkomstandigheden tot het verstrekken van beschermende kleding. Diverse groepen werknemers worden tijdens hun arbeid blootgesteld aan koude omstandigheden, zoals bouwvakkers, postbestellers en werknemers die in koel- of vriescellen werken. Dit geldt ook voor militairen en zeelieden die buiten Nederland onder vaak koudere omstandigheden werken dan zich in Nederland voordoen. De koudebelasting is vaak specifiek voor een bepaalde werkplek. Voor iemand die op het land werkt, speelt neerslag een rol, terwijl dit irrelevant is voor vriescelwerkers. Aangezien de oorzaken voor koude per werkplek verschillen, moeten de maatregelen per situatie worden bekeken. Blootstelling aan koude op de werkplek kan allerlei gevolgen hebben voor het werk en de gezondheid van de werknemer:

  • De vingervaardigheid neemt af, waardoor werknemers minder grip hebben op arbeidsmiddelen. Hierdoor kunnen werknemers hun taken minder goed uitvoeren én neemt de kans op ongevallen toe.
  • Door de koude vermindert de alertheid. Werknemers maken gemakkelijker fouten, wat de productiviteit en de arbeidsveiligheid beïnvloedt.
  • Werknemers die trillend gereedschap hanteren, hebben bij blootstelling aan de kou een extra grote kans op koudeletsel aan de vingers.
  • Als bevriezing optreedt, kan dit soms tot blijvend letsel leiden. Bij langdurige afkoeling kan onderkoeling optreden. Van onderkoeling wordt gesproken als de lichaamstemperatuur daalt onder 35 °C. Rillen is een reactie hierop: hiermee genereert het lichaam extra warmte. Als de lichaamskerntemperatuur lager is dan ongeveer 33 °C, stopt het rillen en gaat verdere onderkoeling extra snel. Al bij een kerntemperatuur van ongeveer 30 °C kunnen hartritmestoornissen optreden.
  • Bij het ontstaan van problemen in koude spelen de luchttemperatuur, de stofwisseling (het metabolisme), de kleding, de windsnelheid en individuele factoren als overgewicht een rol. Er zijn diverse methodes om de koude-belasting te berekenen.

Combinatie van elementen

  • Werknemers kunnen last krijgen van koude door een combinatie van verschillende elementen:
  • Hoge thermische belasting door kou (lage temperatuur, veel wind, geen stralingswarmte, neerslag).
  • Werknemers bewegen te weinig, waardoor ze weinig warmte produceren.
  • De geboden bescherming is onvoldoende, bijvoorbeeld te weinig kledingisolatie.
  • Werknemers hebben een lage belastbaarheid, door vermoeidheid of een slechte conditie.
  • Oudere werknemers lopen extra risico’s bij werken in de kou.

 

Wat zegt de Arbowet?
Arbeidsomstandighedenbesluit Art. 6.1 (Temperatuur): Temperatuur op de arbeidsplaats mag geen aan de gezondheid van de werknemers veroorzaken. Ter beschikking stellen persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) indien door de temperatuur op de arbeidsplaats of door ongunstige weersomstandigheden schade aan de gezondheid van de werknemers kan ontstaan. Indien PBM’s gezondheidsschade niet kunnen voorkomen, dan aanpassen arbeidstijden of zorgen voor voldoende afwisseling door een tijdelijk verblijf op een plaats waar een temperatuur heerst als bedoeld in lid 1.

Wet- en regelgeving

De arbowet en -regelgeving bevat geen gedetailleerde regels over werken in de kou. In artikel 6.1 van het Arbobesluit staat slechts dat de temperatuur op de werkplek geen schade mag veroorzaken. Mocht dit toch een risico zijn, dan moet de werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking stellen (lid 2). Kunnen deze beschermingsmiddelen schade aan de gezondheid niet voorkomen, dan moet de werkgever de schade aan de gezondheid beperken door de duur van de arbeid in de kou te beperken of werknemers de arbeid in de kou te laten afwisselen met een tijdelijk verblijf op een plaats met een niet-schadelijke temperatuur. Wel zijn er diverse NEN-normen en ISO-normen voor werken in de kou die werkgevers kunnen gebruiken. Deze (soms Engelstalige) NEN-normen betreffen onder meer de ergonomie van thermische omgevingsomstandigheden, beschermende kleding bij regen en bij koude, beschermende handschoenen en methoden voor het bepalen van menselijke reacties bij het aanraken van koude oppervlakken. Ook in diverse arbocatalogi is werken in de kou een aandachtspunt. De Inspectie SZW controleert actief op werken onder koude omstandigheden in bedrijven. Er is geen basisinspectiemodule of zelfinspectie voor werken in de kou.

Indeling van metabolisme (stofwisseling) volgens ISO/FDIS 8996 (2003). De waarden zijn uitgedrukt in Watt (W).

Klasse

Energieverbruik

Metabolisme (W)

Voorbeelden

0

Rusten

115

Rusten.

1

Laag

180

Schrijven, besturen van auto, eenvoudig staand werk, incidenteel lopen met eensnelheid tot 3,5 km/uur.

2

Middelmatig

295

Vijlen, besturen van tractor, stukadoren, wieden, lopen met een snelheid van 3,5 tot 5,5 km/uur.

3

Hoog

415

Intensieve arm- en romparbeid, zagen, maaien, lopen met een snelheid van 5,5 tot 7 km/uur.

4

Zeer Hoog

520

Zeer zware activiteiten, spitten, traplopen, lopen met een snelheid van meer dan 7 km/uur.

Bron tabel: Arbo-informatieblad Werken in koude omstandigheden (AI 20)

 

Praktische toepassing

Door fysieke werkzaamheden te verrichten produceren mensen warmte. Werken ze in de kou, dan verliezen werknemers die warmte weer relatief snel. Bij werken in koude omstandigheden is het belangrijk dat ze niet te lang achter elkaar meer warmte verliezen dan zij produceren. Warmteverlies kan plaatsvinden door:

  • Geleiding, zoals de afgifte van warmte aan de vloer, of aan voorwerpen die werknemers hanteren.
  • Stroming van lucht langs de huid.
  • De uitstraling van warmte vanaf het lichaam.
  • Verdamping, bijvoorbeeld door zweten.

 

Worden werknemers blootgesteld aan koude arbeidsomstandigheden, waarbij zich gezondheids- of veiligheidsrisico’s kunnen voordoen, dan moet dit blijken uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

CAO
Werken in de koude komt ook voor in diverse cao’s. De regels uit de cao voor de Bouw zijn het bekendst. Deze bepalen onder meer dat de werknemer het recht heeft om zijn werkzaamheden te staken, als de gevoelstemperatuur buiten -6 °C of lager is of als de werkgever geen winter-/doorwerkkleding ter beschikking stelt. De gevoelstemperatuur is gebaseerd op de Steadman-tabel. De FNV heeft een Checklist werken in koel- en vrieshuizen opgesteld.

Maatregelen tegen de kou

Zoals aangegeven zijn er verschillende manieren waarop mensen warmte kunnen verliezen en ook diverse mogelijkheden om dit tegen te gaan. Het doel hiervan is de warmtebalans in stand te houden. Je kunt bijvoorbeeld meer en beter isolerende kleding aandoen. Aan de andere kant kan de kleding ook hinder veroorzaken bij de uitvoering van het werk. Dit geldt het meest voor handschoenen die het lastig maakt om precieze vingertaken uit te voeren. Het is dan handig om de handschoenen even uit te doen.

Bronmaatregelen

Probeer eerst de kou zelf weg te nemen, door bijvoorbeeld de temperatuur of de ventilatie aan te passen. Laat werknemers hun werk zoveel mogelijk in een warme(re) omgeving doen en probeer werken met koude materialen of gereedschappen te voorkomen.

  • Neem maatregelen tegen tocht. Tocht wordt hinderlijk als de luchtsnelheid in koude omstandigheden meer dan 0,15 m/s bedraagt. De volgende maatregelen bieden dan uitkomst:
  • Verlaag de luchtsnelheid. Dat kan bij gelijkblijvende luchtverversing door de lucht meer verspreid in de ruimte te brengen of af te voeren, bijvoorbeeld via speciale luchtroosters. Bij lichte arbeid geldt als minimumwaarde voor luchtverversing per persoon 25 m3/uur.
  • Vermijd ongecontroleerde luchtstromen door tegenover elkaar openstaande ramen of deuren en verhoog de temperatuur van de inkomende lucht.

Is het niet mogelijk de oorzaak van de kou weg te nemen, regel dan afscherming zoals overkappingen of windschermen. Deze beschermen werknemers ook tegen regen en wind. Zorg ervoor dat de stellages stevig staan en veilig zijn. Bij goede overkapping zijn werknemers niet alleen beschermd, ze kunnen ook ongestoord doorwerken.

Collectieve maatregelen

Probeer het werk zo in te richten dat de koudeblootstelling wordt geminimaliseerd. Bekijk bijvoorbeeld kritisch of werknemers een deel van de werkzaamheden in koel- of vriesruimten daarbuiten kunnen uitvoeren. Plaats de werkplekken op de thermisch meest comfortabele plaats (herontwerp van de werkplek kan hiervoor noodzakelijk zijn). Zorg ervoor dat werknemers minimaal transpireren, om afkoeling en afterchill te voorkomen:

  • Voorkom arbeidspieken door werk-rustschema’s aan te passen.
  • Besteed aandacht aan de conditie van werknemers, want goed getrainde werknemers kunnen meer en langer lichaamswarmte genereren.\
  • Maak goede afspraken over de werk- en pauzetijden, zodat werknemers niet te lang aan één stuk door in de koude werken en voldoende tijd hebben om weer op te warmen.
  • Stel een daglimiet vast en bewaak die zorgvuldig. Deze daglimiet is afhankelijk van de aanwijzingen die de inventarisatie en evaluatie van de kouderisico’s heeft opgeleverd.
  • Spreek af onder welke (koude) omstandigheden werknemers niet meer (buiten) aan het werk hoeven. De cao voor de bouw bepaalt bijvoorbeeld dat werknemers niet meer buiten werken als de gevoelstemperatuur -6 °C of lager is.

 

Klimaatindices

Met behulp van “klimaatindices” is vast te stellen of maatregelen tegen kou op de werkplek nodig zijn. Deze indices drukken de belasting door koude omstandigheden uit in een getal. NEN-ISO 11399 beschrijft de principes en toepassing van internationale klimaatnormen en onderscheidt hierbij beoordelingsnormen en ondersteunende normen. De beoordelingsnormen in koude en matig koude omstandigheden kennen drie niveaus.

  1. Voor de beoordeling van comfort en externe belasting van koude klimaten kun je de vereiste kledingisolatie-index (IREQ) en de WCI (windchill-index) gebruiken (NEN-EN-ISO 11079). Er zit een rekenmodel in de norm waarmee je kunt uitrekenen hoeveel kledingisolatie gedragen moet worden om niet af te koelen. Met de windchill-index kun je het bevriezingsgevaar voor de blote huid bepalen. In de WCI wordt de omgevingstemperatuur en luchtsnelheid meegenomen. Er wordt ook wel gesproken van gevoelstemperatuur.
  2. Als je wilt weten hoe oncomfortabel een bepaald klimaat voor de werknemer is, kan gebruik worden gemaakt van de Predicted Mean Vote (PMV) (NEN-EN-ISO 7730). Dit werkt vooral voor milde kou. voor de evaluatie van de fysiologische belasting in de kou worden de kern- en huidtemperatuur en de hartslagfrequentie gebruikt (ISO 9886).
  3. De psychologische belasting in de kou is met ISO 10551 in te schatten via subjectieve oordelen (bijvoorbeeld of de omgeving aanvaardbaar is).

 

Opwarmen boven kamertemperatuur

Als werknemers het erg koud krijgen of zich onwel gaan voelen in de kou, moeten ze de koude werkplek kunnen verlaten en naar een warme omgeving kunnen gaan. De huid wordt snel warm als je in de warme omgeving zit, maar de temperatuur binnen in het lichaam daalt de eerste minuten, en begint meestal pas na tienminuten weer te stijgen. Om optimaal te kunnen opwarmen, moet de rustruimte daarom een temperatuur van iets boven kamertemperatuur (21 °C) hebben. In deze warme ruimte kunnen werknemers het beste hun overkleding verwijderen en deze drogen en verwarmen. Aparte kastjes met droge sokken en handschoenen zijn ook handig. Alle schaft- en kleedruimten, toiletten en wasgelegenheden hebben idealiter deze temperatuur van ruim 21 °C. Geef warme dranken tijdens de pauzes en als het kan ook tijdens de werkzaamheden zelf.

Opleiding, voorlichting en instructie

De werkgever moet duidelijk beleid opstellen en uitvoeren om klachten door werken in de kou te voorkomen. Dit houdt in dat werknemers, leidinggevenden en medisch verantwoordelijken voldoende instructie moeten ontvangen over de mogelijke risico’s van werken onder koude omstandigheden en over maatregelen ter voorkoming van hiervan. Train personeel in het adequaat omgaan met kou. Ook is het van belang dat leidinggevenden, bedrijfshulpverleners en de werknemers zelf voldoende kennis hebben van de symptomen van koudeletsels en onderkoeling. Alle werknemers moeten oppervlakkige bevriezingen kunnen identificeren. Bevrie-zing van de huid is te herkennen aan een wit plekje. Zo’n plekje moet direct worden opgewarmd, bij voorkeur met een ander li-chaamsdeel (bijvoorbeeld de binnenzijde van de hand). Gebruik hiervoor liever geen elektrische verwarmers: omdat het gevoel is verdwenen, is de kans op verbranding groot.

Specifieke werkplekken en omgevingen

De problemen met werken in de kou hangen samen met de lucht- en stralingstemperatuur, luchtsnelheid (wind), relatieve luchtvochtigheid en neerslag. Deze omstandigheden kunnen van beroep tot beroep sterk verschillen. Zo is bij werk in koel- en vriesruimten de luchtkwaliteit dikwijls een probleem en hebben werknemers vaak te maken met een aanzienlijke windbelasting omdat er in koelhuizen vaak turbines aanstaan die de koude lucht over de ruimte moeten verdelen. Buitenwerkers, zoals wegwerkers, bouwvakkers en mensen in agrarische en groene sectoren hebben daarentegen meestal niet te maken met extreem lage temperaturen, maar wel met wind en neerslag. Hierdoor daalt de gevoelstemperatuur. Diverse arbocatalogi in deze sectoren, zoals de arbocatalogus in de bouw, besteden hier aandacht aan. Werknemers die werken met koud water of koude materialen lopen weer andere risico’s en hebben andere oplossingen nodig. Koud water speelt bij duikarbeid en in de visserij, maar ook in de agrarische en groene sectoren, waar werknemers het risico lopen tijdens het werk in het water terecht te komen. Sectoren die met specifieke kouderisico’s te maken hebben, bedenken daarvoor ook oplossingen in hun arbocatalogus. Zo zijn er oplossingen voor werken onder koude omstandigheden te vinden in de catalogus voor de afvalbranche en de recreatiebranche.

Dit artikel is in december gepubliceerd in Safety! magazine nr 6 2018, en is gebaseerd op een onderdeel van de website hse.sdu.nl:
Practice note Werken in koude omstandigheden.

Over de auteur: Hein Daanen is hoogleraar thermofysiologie aan de Vrije Universiteit, Faculteit Gedrags- en bewegingswetenschappen

Meer informatie over specifieke werkomstandigheden?
Ga naar Sdu HSE of vraag een gratis demo aan.

Reageer