Het begrip ‘zwaar ongeval’ nader bekeken

0

Iedere maand licht de redactie een onderdeel van het magazine Gevaarlijke Lading uit in de rubriek Transport Uitgelicht. Gevaarlijke Lading is hét platform in Nederland en België voor vervoer, opslag en overslag van gevaarlijke stoffen – met online én tijdschrift. Deze maand in Transport Uitgelicht de bijdrage van Jouko Barensen met een juridische benadering van het begrip ‘zwaar ongeval’ in het Brzo 2015.

Welke incidenten zien we in de praktijk? Zijn dat ‘zware ongevallen’ in de zin van het Brzo, en wat zegt artikel 5 hierover? Waren die ongevallen te voorkomen? In sommige gevallen kun je je afvragen of veroordelingen wel terecht zijn, als een bedrijf eigenlijk niet heeft tekortgeschoten in de zin van het Brzo. Vanuit juridisch perspectief is bij deze materie een aantal kanttekeningen te plaatsen.

Regelgeving op basis van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (hierna: Brzo) is streng. Een Brzo-bedrijf dient alle nodige maatregelen te treffen om te voorkomen dat zogenoemde zware ongevallen kunnen plaatsvinden. Dat is een ruime norm die voor discussie vatbaar is. Regelmatig komt in rechtszaken de vraag aan de orde of een bedrijf wel alle mogelijke maatregelen heeft getroffen of niet. Dit zijn bestuursrechtelijke zaken en soms ook strafzaken: overtreding van artikel 5 van het Brzo (zie kader ‘Artikel 5 Brzo’), waarin het voorschrift om alle mogelijke maatregelen te treffen vastligt, kan een bedrijf een boete opleveren van bijna een miljoen euro (zie kader ‘Strafbaarstelling’). Een natuurlijke persoon kan zelfs maximaal zes jaar gevangenisstraf krijgen. Dat geldt voor werkgevers, maar ook voor werknemers.

Artikel 5 Brzo

Artikel 5 van het Brzo 2015 luidt:

  1. De exploitant treft alle maatregelen die nodig zijn om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor de menselijke gezondheid en het milieu te beperken.
  2. De exploitant kan te allen tijde aantonen aan de aangewezen toezichthouders dat hij alle noodzakelijke maatregelen heeft getroff en. Het is verboden de inrichting of een gedeelte daarvan in werking te hebben wanneer de bij of krachtens dit besluit te nemen maatregelen niet zijn getroff en of deze duidelijk onvoldoende zijn uitgevoerd.

 

Maar wat is nu eigenlijk een ‘zwaar ongeval’ in de zin van het Brzo? Die vraag komt niet altijd even uitgebreid aan de orde in rechtszaken. Net als de vraag of er eigenlijk écht wel een kans bestond dat zich een dergelijk zwaar ongeval zou voordoen. En in hoeverre de specifieke maatregelen waar het in kwestie om draait die kans dan écht zouden verkleinen.

Hieronder in het kort eerst iets over het begrip ‘zwaar ongeval’. Daarna komt de praktijk aan de orde: welke incidenten zien we in die praktijk, zijn dat zware ongevallen en waren die te voorkomen? En van de veroordelingen die hebben plaatsgevonden kun je je afvragen of deze terecht zijn.

Strafbaarstelling

Formeel gaat het bij een overtreding van artikel 5 Brzo 2015 om overtreding van artikel 6 van de Arbeidsomstandigheden-wet of van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer. Overtreding van artikel 5 van het Brzo is namelijk niet zelfstandig strafbaar. De genoemde artikelen van de Arbo-wet en de Wet milieubeheer zijn middels de Wet op de Economische Delicten strafbaar gesteld.

Het begrip ‘zwaar ongeval’

Het Brzo geeft in artikel 1 een definitie van het begrip ‘zwaar ongeval’. Het moet gaan om een “gebeurtenis als gevolg van ongecontroleerde ontwikkelingen tijdens de bedrijfsuitoefening in een inrichting, waardoor onmiddellijk of na verloop van tijd ernstig gevaar voor de menselijke gezondheid of het milieu binnen of buiten de inrichting ontstaat en waarbij één of meer gevaarlijke stoffen betrokken zijn”.

De Europese Seveso III-richtlijn, die ten grondslag ligt aan het Nederlandse Brzo, noemt als voorbeeld een zware emissie, brand of explosie. Onze minister heeft (in de Nota van Toelichting bij het Brzo) toegelicht dat bepalend is of er ernstig gevaar bestaat voor het milieu of voor de menselijke gezondheid, binnen of buiten de inrichting. Er moet sprake zijn van een ramp. Daarvan is volgens de Wet veiligheidsregio’s sprake: “indien het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu, of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd, en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken”.

De Rechtbank Zeeland-West Brabant bepaalde dat het begrip zwaar ongeval uit drie onderdelen bestaat, namelijk:
a) een onverwachtse, plotse gebeurtenis,
b) met gevaar voor de gezondheid van de mens als gevolg, en
c) bij de gebeurtenis zijn één of meer gevaarlijke stoffen betrokken; de hoeveelheid is niet van belang met dien verstande dat die stoffen gevaar voor mens en milieu moeten opleveren(1).

Twee aspecten zijn cruciaal bij een zwaar ongeval in de zin van het Brzo:

  1. niet elk incident dat zich in een Brzo-inrichting voordoet (of: zou kunnen voordoen) is een ‘zwaar ongeval’;
  2. er hoeft zich überhaupt géén incident te hebben voorgedaan om toch tot overtreding van het in artikel 5 Brzo geformuleerde voorschrift te kunnen komen. Het gaat immers om de vraag of de getroffen maatregelen voldoende solide zijn om zware ongevallen te voorkomen.

In de praktijk

In juli 2018 verscheen het RIVM-rapport Analyse van incidenten met gevaarlijke stoffen bij grote bedrijven 2017-2018. Een dergelijk rapport verscheen ook in 2017. In deze rapporten wordt op een rij gezet van welke aard de incidenten die zich voordeden waren en wat de oorzaken van deze incidenten waren.

Het rapport van juli 2018 beschrijft twaalf incidenten met gevaarlijke stoffen die in 2017-2018 hebben plaatsgevonden. Bij deze incidenten kwamen ook gevaarlijke stoffen vrij. Een noodmaatregel had in zes gevallen het incident kunnen voorkomen. Deze maatregelen waren echter niet of niet goed geïmplementeerd, of niet goed onderhouden.

Bij negen van deze incidenten waren de achterliggende procedures niet goed op orde, of deze werden niet goed uitgevoerd. Ook was de competentie en de alertheid van het personeel in sommige gevallen ontoereikend, en er waren niet altijd voldoende geschikte materialen om veilig mee te kunnen werken.
In vier van de twaalf gevallen bleken de directe oorzaken niet in de Regeling risico’s zware ongevallen te worden genoemd.
Bij vijf van de twaalf incidenten was geen sprake van ecologische schade; bij de overige zeven was geen ecologische schade gerapporteerd, maar kon vanwege het vrijkomen van gevaarlijke stoffen niet met zekerheid worden vastgesteld dat er ook daadwerkelijk geen ecologische schade was.
Er zijn drie slachtoffers gevallen, allen met herstelbaar letsel. Eén slachtoffer is opgenomen geweest in het ziekenhuis. In geen van de gevallen was de schade groter dan twee miljoen euro.
Bij zes incidenten zijn overtredingen van wet- en regelgeving geconstateerd. Bij vier van de twaalf incidenten zou sprake zijn geweest van overtreding van artikel 5 van het Brzo. Bij vier andere incidenten ging het om menselijk falen.
De incidenten in dit rapport zijn, kijkend naar de aan het begin van dit artikel omschreven definitie, (gelukkig) niet aan te merken als een zwaar ongeval. Het rapport over 2016-2017 schetst een vergelijkbaar beeld.

Bewijslast voor zwaar ongeval

Brzo-bedrijven hebben een zeer grote verantwoordelijkheid en dat is terecht. Maar dat betekent niet altijd automatisch dat een strafbaar feit is gepleegd als het toch misgaat. Bijvoorbeeld omdat er, bij nadere beschouwing, eigenlijk helemaal geen zwaar ongeval was of op de loer lag.

Indien naar aanleiding van een incident een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart, berust een bepaalde bewijslast bij de overheid. Tegen de argumenten die in het proces-verbaal worden opgevoerd kunnen andere argumenten worden ingebracht. In het kader van de verdediging kan meer aandacht worden besteed aan het (gebrek aan) bewijs dat zich een zwaar ongeval zou kunnen voordoen. Daarbij kan de focus liggen op de volgende deelvragen:

  • op welk zwaar ongeval wordt gedoeld?;
  • valt dat ongeval wel binnen de definitie van ‘zwaar ongeval’?;
  • was dat ongeval te voorkomen met de maatregelen waar het in kwestie over gaat?;
  • waren die maatregelen wel kosteneffectief?;
  • in hoeverre was sprake van een situatie waarin in afstemming met het bevoegd gezag werd gehandeld?

 

Dan een ander rapport, te weten het rapport Staat van de veiligheid majeure risicobedrijven, over 2016 en 2017. Daadwerkelijke (zware) ongevallen worden hierin evenmin beschreven. Het totaal aan geconstateerde overtredingen van het Brzo bedroeg in 2016: 647, en in 2017: 664. Het percentage bedrijven zonder overtreding was in 2016: 40 procent, en in 2017: 45 procent. Voor de duidelijkheid: dit gaat niet alleen maar om overtredingen van artikel 5 van het Brzo, maar ook om andere Brzo-gerelateerde overtredingen.

Het grootste gedeelte van de geconstateerde overtredingen zijn ‘categorie 3-overtredingen’: in beide jaren vormen deze ongeveer 75 procent van het totaal. Dergelijke overtredingen zijn overtredingen met een “zeer geringe dreiging van een zwaar ongeval, wel lichtere tekortkomingen”(2). Ongeveer 25 procent van het aantal overtredingen bedroeg wordt geclassificeerd als ‘categorie 2-overtredingen’ (geen onmiddellijke dreiging van een zwaar ongeval, wel duidelijk onvoldoende maatregelen getroffen).

In 2017 hebben twee ‘categorie 1-overtredingen’ plaatsgevonden (van de in totaal 664 overtredingen), en in 2016 vier (van de in totaal 647 overtredingen). Dit zijn overtredingen waar een onmiddellijke dreiging of onomkeerbaar risico op een zwaar ongeval bestond en waar direct wordt ingegrepen met de zwaarste handhavingsinstrumenten (zoals stillegging van de werkzaamheden).

Er zijn dus incidenten geweest die geen zware ongevallen zijn. Van het totale aantal van ruim 1300 Brzo-gerelateerde overtredingen in twee jaar tijd waren er zes waarbij acute dreiging bestond (we weten overigens niet of die dreiging dan ook de dreiging van een zwaar ongeval in de zin van het Brzo betrof). Dat is een percentage van 0,4 procent.

Bron: Pixabay

Strafrechtelijke handhaving

Uit deze rapporten kunnen we afleiden dat zich eigenlijk zeer zelden echt zware ongevallen voordoen. Dit op zichzelf positieve kleine aantal zware ongevallen geeft wel te denken. Als de incidenten die zich in de praktijk voordoen geen zware ongevallen zijn, dan mag verwacht worden dat in handhavingskwesties extra veel aandacht wordt besteed aan de vraag welk concreet zwaar ongeval zich in een concreet geval kan voordoen. Dit gebeurt echter te weinig, en dit knelt met name in strafzaken. Mijn punt is: wanneer strafrechtelijk wordt gehandhaafd zonder dat zich een incident voordeed, of mét een incident dat niet kwalificeert als een zwaar ongeval, moet duidelijk zijn welk zwaar ongeval dan wél op de loer lag. Zo niet, dan kan een bedrijf eigenlijk niet het verwijt worden gemaakt dat het tekort schoot in de zin van artikel 5 van het Brzo. Dat zou dus een veroordeling voor een misdrijf kunnen schelen.

In de praktijk worden dergelijke verwijten wel gemaakt en ze resulteren ook in een veroordeling. Een voorbeeld: op 22 december 2017 wordt een bedrijf veroordeeld naar aanleiding van een incident met biogas(3). De constatering wordt gemaakt dat er onvoldoende maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen waren getroffen. In de gehele uitspraak wordt echter met geen woord gesproken over het zware ongeval dat mogelijk had kunnen ontstaan. De emissie van methaan, hoewel deze vermoedelijk wel enige schade voor het milieu opleverde, kwalificeert in mijn ogen niet als ‘zwaar ongeval’. De rechtbank overweegt in de uitspraak nog dat de schade beperkt is gebleven en dat de explosiegrens op geen enkel moment is overschreden. Desalniettemin wordt bewezen verklaard dat niet alle maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen waren getroffen.

Literatuur

M.G.J. Maas-Cooymans en J. Barensen, Brzo Wetgeving & relevante documentatie, Sdu Uitgevers, editie 2018, ISBN 978 90 12 40184 5

Conclusie

De conclusie luidt dat het begrip ‘zwaar ongeval’ meer aandacht verdient. Wanneer zich bij een Brzo-bedrijf een incident voordoet, is dat niet automatisch een zwaar ongeval en is het niet automatisch zo dat er onvoldoende maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van een zwaar ongeval. Daarnaast hoeft zich geen incident voor te doen om toch tot overtreding van artikel 5 van het Brzo te komen. Het is dan ook zaak dat in incidentenonderzoeken meer aandacht wordt besteed aan de vraag welk concreet ‘zwaar ongeval’ zich had of zou kunnen voordoen. Zeker in strafzaken mag worden verwacht dat op alle elementen wettig en overtuigend bewijs is voor het tenlastegelegde en dat een Brzo-bedrijf niet te klakkeloos wordt veroordeeld.

Genoemde rapporten

RIVM – Analyse van incidenten bij grote bedrijven met gevaarlijke stoffen 2016-2017bit.ly/2xziIpX

RIVM – Analyse van incidenten met gevaarlijke stoffen bij grote bedrijven 2017-2018bit.ly/2xKTyno

Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Ministerie van Veiligheid en Justitie: Staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven 2016bit.ly/2xuYBc en bit.ly/2xALkiC

Verwijzingen

(1) Zie Rechtbank Zeeland-West Brabant, 21 maart 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:1911.

(2) Zie “Staat van de Veiligheid majeure risicobedrijven 2017”, p.11, opbit.ly/2xALkiC.

(3) Zie Rechtbank Oost-Brabant, 22 december 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:6679.

 

Over de auteur: Jouko Barensen is advocaat bij Ploum.

Het artikel ‘Het begrip ‘zwaar ongeval’ nader bekeken’  is eerder verschenen in Gevaarlijke Lading 5-2018 en een bewerking van een publicatie in het “Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht en Handhaving” in oktober 2018. 

Lees meer over Gevaarlijke stoffen en Brzo in Sdu HSE -> Onderwerpen

Reageren is niet mogelijk.