• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Webshop
  • Contact

HSE

Alle informatie over veiligheid

  • Arbeidsomstandigheden
    • Arbobeleid
    • PSA
    • RI&E
    • Wet- en regelgeving
    • Fysieke belasting
    • Gedrag en cultuur
    • Werkmilieu
    • Werkplekinrichting
  • Veiligheid
    • Gevaarlijke stoffen
    • Veiligheidsbeleid
    • Arbeidsmiddelen
    • Bedrijfsnoodorganisatie
    • PBM
  • Omgeving
    • Milieu
    • Transport
  • Downloads
  • Podcasts
  • Blog
  • Sdu HSE

Opinie Nederland scherpt circulaire doelen aan

26 januari 2026 door Gerd-Jan Frijters

Het Nationaal Programma Circulaire Economie is in 2025 geactualiseerd. In dit blog zoomt Gerd-Jan Frijters in op de doelen van dit programma en de kansen en risico’s voor bedrijven, overheden en consumenten.

Herijking

Soms is een herijking van doelen precies wat een programma nodig heeft. En dat is gebeurd met het geactualiseerde Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE 2025). Nederland had al jaren de doelstelling om vijftig procent minder primaire grondstoffen te verbruiken in 2030 en volledig circulair te zijn in 2050. Dit was best een motiverend doel maar niet heel concreet. Daarnaast ontstond het beeld dat het doel vooral kon worden gehaald door recycling van afval. Hogere treden van de ‘R-ladder’, zoals minder consumeren, hergebruik, reparatie of circulair ontwerp bleven buiten beeld. Ook het verlagen van de milieudruk door materialengebruik werd niet gespecificeerd.

Daarnaast zorgen geopolitieke ontwikkelingen de laatste jaren voor nieuwe doelen zoals minder afhankelijkheid van andere landen, bijvoorbeeld als het gaat om kritieke metalen, of een robuuster economisch verdienmodel. Het Planbureau voor de Leefomgeving concludeerde hetzelfde: circulair beleid kun je niet met één getal sturen.

De herijking van het NPCE heeft geleid tot nieuwe 2035-doelen. En eerlijk is eerlijk: dit kan een boost geven aan de circulaire economie, meer nog dan met de oude 2030-ambitie. Niet alleen omdat de doelen concreter zijn, maar vooral omdat ze beter aansluiten bij hoe een circulaire economie werkt in de echte wereld: ketens, keuzes, gedrag en businessmodellen.

Laten we eens inzoomen op wat die doelen precies betekenen en vooral wat de kansen en risico’s zijn voor bedrijven, overheden en consumenten.

Van drie doelen naar systeemverandering

Het NPCE 2025 introduceert drie nieuwe doelen die veel preciezer beschrijven welke effecten we in 2035 willen bereiken. De doelen voor 2035 zijn vertaald in tussendoelen voor 2030. Hier komen ze:

Doel 1. Grondstoffen behouden in de economie

In 2035 wordt minimaal 82 procent van het Nederlandse afval gerecycled, waarvan minimaal 15 procent hoogwaardig (dus recycling mét behoud van kwaliteit).

Tussendoel 2030: In 2030 wordt minimaal tachtig procent van het Nederlandse afval gerecycled waarvan minimaal elf procent hoogwaardig gerecycled. Het aandeel dat we nu al recyclen is hoog in vergelijking met andere Europese landen. We zitten nagenoeg op tachtig procent. Het aandeel hoogwaardige recycling is (nog) niet meetbaar door ontbrekende kaders; experts schatten het aandeel nu op circa 5-10 procent.

Doel 2. Primaire grondstoffen vervangen

In 2035 moet 55 procent van alle grondstoffen bestaan uit duurzame biogrondstoffen (biobased materialen) en secundaire (gerecyclede of hergebruikte) materialen. Dat was in 2016 nog maar 39 procent.

Tussendoel 2030: Het aandeel duurzame biogrondstoffen en secundaire grondstoffen binnen ons totale grondstoffengebruik is in 2030 minimaal circa vijftig procent.

Doel 3. Grondstoffen besparen

In 2035 verbruikt Nederland vijftien procent minder grondstoffen dan in 2016. Het gaat hier om het totaalverbruik van materialen, waarin fossiele en biotische brandstoffen niet worden meegeteld.

Tussendoel 2030: Het grondstoffengebruik in 2030 is zes procent lager dan in 2016.

Waarom deze doelen krachtiger zijn dan de oude 2030-doelstelling

Deze doelen vervangen het oude doel van ‘halvering van het grondstoffengebruik in 2030’. Dit oude doel lijkt het meest op het nieuwe Doel 3. Het nieuwe Doel 3 lijkt minder streng dan het oude doel, maar de nieuwe Doelen 1 en 2 maken dat voor een deel weer goed. Het resultaat? Meer richting, minder ruis, geschikter om beleid op te voeren én effectiever voor bedrijven.

De oude doelstelling, vijftig procent minder primaire grondstoffen was géén garantie voor minder CO₂e uitstoot, minder afhankelijkheid van kritieke metalen, meer hergebruik of meer recycling met behoud van kwaliteit. Sterker nog, sturing op slechts één indicator kan zelfs ongewenste effecten veroorzaken, zoals verschuiving van milieudruk naar andere landen of vervanging door materialen met een hogere impact, zoals plastic.

Met drie afzonderlijke doelen voor behouden, vervangen, besparen kan Nederland sturen op het totale systeem. Precies dat wat het PBL adviseerde, omdat grondstoffen door meerdere fases gaan die elk een andere strategie vereisen (R-ladder). Niet aan één knop draaien dus, maar het hele dashboard in beeld houden.

De voordelen van de nieuwe 2035-doelen

1. Strategische onafhankelijkheid: minder afhankelijk van geopolitieke risico’s

De mondiale grondstoffenmarkt is de afgelopen tien jaar aanzienlijk riskanter geworden. Het PBL ziet stijgende afhankelijkheden als het gaat om kritieke metalen, precies de grondstoffen die we nodig hebben voor batterijen, windturbines, elektronica en ict.

Door meer te hergebruiken, te recyclen en meer (lokaal geproduceerde) biogrondstoffen in te zetten verkleinen we de importafhankelijkheid en beschermen we de industrie tegen geopolitieke druk. Het verdienvermogen wat hierdoor ontstaat is ook meer toekomstbestendig.

Of zoals het NPCE het formuleert: ‘ons concurrentievermogen moet niet gebaseerd zijn op goedkope arbeid of primaire grondstoffen, maar op innovatie en circulariteit’.

2. Economische kansen: duizenden nieuwe bedrijven en miljoenen banen

Uit analyses blijkt hoe enorm de economische motor van circulariteit is. Wereldwijd wordt een omzet uit de circulaire economie verwacht van 4500 miljard euro in 2030, oplopend naar 25 duizend miljard euro in 2050. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) kunnen wereldwijd 18 miljoen nieuwe banen ontstaan tot 2030. Global Climate Action Summit komt zelfs tot 65 miljoen groene banen wereldwijd. Iets dichter bij huis worden 3,9 miljoen banen in Europa verwacht en en vijftig- tot tweehonderdduizend banen in Nederland.

Dit is geen niche-economie. Circulaire businessmodellen worden meer mainstream. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Product-as-a-Service (Philips, Mud Jeans, Ricoh).
  • Reparatie en refurbish (iFixit, Ahrend, Renault).
  • Biobased bouwmaterialen (vlas, hennep, stro, hout).
  • Hergebruik en tweedehands (Vinted, kringloop, 2e-kans bouwmaterialen).

En met het nieuwe NPCE programma worden deze modellen nóg aantrekkelijker. Niet per se door subsidies, maar door een gelijk speelveld, financieringsinnovatie en Europese wetgeving zoals de Circular Economy Act (CEA). De verwachting is dat oneerlijke concurrentie uit landen met lagere milieunormen af zal nemen.

3. CO₂-reductie: het ontbrekende puzzelstuk uit de klimaattransitie

De energietransitie pakt slechts de helft van de wereldwijde CO₂uitstoot aan. De andere helft is gekoppeld aan het winnen, verwerken en weggooien van materialen. De circulaire economie is dus geen luxe, maar noodzaak. Onze lineaire economie is op dit moment verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de mondiale CO₂ uitstoot.

Een voorbeeld hoe dit uitpakt voor NPCE Doel 2. Biobased materialen slaan CO₂ op tijdens de groei (zoals bij hout, stro, olifantsgras). Als je deze materialen in de bouw gebruikt dan blijft de CO₂ opgeslagen in de materialen en komen niet in de atmosfeer terecht. Biobased bouwen kan in Nederland tot 2030 jaarlijks tot acht procent van onze totale nationale CO₂-uitstoot reduceren.

4. Een sterker innovatie-ecosysteem

Het NPCE kiest nadrukkelijk voor het stimuleren van samenwerking door ketentafels per productgroep en regionale samenwerking via de Krachtenbundeling Rijk-Regio. Dit geeft ondernemers rust, richting en erkenning. Cruciaal voor investeringsbeslissingen. En natuurlijk zijn er al een heleboel initiatieven die de Circulaire Economie bevorderen. Check bijvoorbeeld eens de Nederlandse Vereniging van Circulaire Economie (NVCE), Stichting Zero Waste Nederland of Cirkelstad. En vergeet ook de initiatieven in jouw gemeente niet.

Maar er zijn ook risico’s

Een circulaire economie realiseren is geen eenvoudige opgave. De nieuwe doelen brengen een paar belangrijke risico’s met zich mee.

1. Regelgeving moet blijven door ontwikkelen

Het is belangrijk dat de afspraken uit het NPCE via wetgeving worden ondersteund en afgedwongen. Denk bijvoorbeeld aan circulair ontwerp, het recht op reparatie, wettelijke normen voor hergebruik of levensduurverlenging. De Europese wetgeving op deze thema’s moet de komende jaren geïmplementeerd worden in Nederlandse wetgeving. Maar de Europese Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) is een verordening, dus per 2024 rechtstreeks van kracht in alle lidstaten. Toezichthouder Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) verwijst op haar website nog naar de oude ecodesign richtlijn.

We zijn op de goede weg, maar we moeten regelgeving wel blijven door ontwikkelen en niet te vrijblijvend maken.

2. Kwalitatieve recycling blijft kwetsbaar

Nederland recyclet nu al veel (bijna tachtig procent inclusief composteren en vergisten van organisch afval, plastics worden minder dan vijftig procent gerecycled), maar recycling is over het algemeen laagwaardig. Het risico bestaat dat we blijven hangen in recycling zonder kwaliteitsbehoud, terwijl hoogwaardige recycling complex, duur en technisch uitdagend is. Experts schatten dat we nu pas 5–10 procent echt hoogwaardig recyclen.

3. Tekort aan duurzame biogrondstoffen

De verwachting is dat de vraag naar biogrondstoffen explosief gaat stijgen door toenemende vraag in de bouw en de industrie. Maar landbouwgrond is schaars en biodiversiteit staat onder druk. De productie van biogrondstoffen kan concurreren met voedsel.

We moeten dus circulaire biogrondstoffen ontwikkelen die géén extra landgebruik vergen, zoals reststromen, afvalwater of CO₂ toepassingen (CCU). Een zijstapje: nu wordt meer dan de helft van de landbouwgrond in Nederland gebruikt voor veevoer. Als we de veestapel wat inkrimpen komt er veel landbouwgrond beschikbaar.

4. Industriële lock-ins (vastlopers)

Bedrijven kunnen vastlopen als ze te afhankelijk blijven van bestaande fossiele ketens of van de aanpassing van de infrastructuur (denk aan netcongestie). Het NPCE waarschuwt hiervoor en wil lock-ins voorkomen door modulair, stap-voor-stap beleid te voeren. Een voorbeeld hiervan is de transitie naar duurzame koolstof in de chemische industrie.

Ook de financiering van circulaire initiatieven kan een vastloper veroorzaken door onbekendheid of onwil bij financiers of door goedkope fossiele alternatieven. Denk bijvoorbeeld aan de (recente) faillissementen van plastic recyclers door goedkoop fossiel plastic uit het Verre Oosten, Midden Oosten en Amerika. Nederland verricht op EU niveau lobbywerk om fossiele subsidies af te schaffen voor een eerlijker speelveld.

Er zijn behoorlijk wat subsidies te krijgen op circulaire ontwikkelingen maar deze zijn wel versnipperd. Hoewel de RVO op haar website een overzicht geeft is het toch nog best puzzelen om een subsidie te vinden en ook binnen te harken.

5. Je gedrag aanpassen is niet populair

Consumenten willen vaak wel recyclen, maar wat ze minder vaak willen is hun spullen laten repareren, hergebruiken, delen of leasen in plaats van kopen. De financiële prikkel vanuit de overheid ontbreekt hier (bijvoorbeeld een reparatie bonus of lage btw op hergebruikte spullen).

Het nieuw kopen van spullen is een ingesleten gedragspatroon voor veel mensen. De kennis uit de gedragspsychologie kan veel meer worden toegepast in circulaire initiatieven. Zie bijvoorbeeld mijn blog Het geheim achter duurzaam gedrag.

Mogelijkheden die nu op tafel liggen

De nieuwe doelen leveren een aantal concrete kansen voor bedrijven op:

  • Ecodesign wordt norm.
    De Europese ESPR (Ecodesign for Sustainable Products Regulation) verplicht ontwerpers om producten circulair te ontwerpen. Iedere levensfase wordt beoordeeld op effecten op natuur, milieu en klimaat via een life cycle assessment (LCA).
    Voorbeelden van verplichtingen zijn het Digitaal Productpaspoort (DPP), het recht op reparatie en losmaakbaarheid van een product zodat onderdelen makkelijk vervangen kunnen worden.
    Let op, de ESPR is een Europese verordening en geen richtlijn. Dit betekent dat deze rechtstreeks van kracht is in alle lidstaten. Omzetting in nationale wetgeving is dus niet nodig.
  • Biobased bouwen groeit spectaculair.
    Met natuurlijke materialen sla je CO₂ op, verlaag je stikstof depositie, creëer je nieuwe landbouwinkomsten en maak je de bouw goedkoper op lange termijn.
  • Nieuwe wetgeving ondersteunt de omslag.
    – Circulair materialenplan (CMP) als opvolger van het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3), per 1 januari 2026 verplicht.
    – Circulaire economie-wet ingebouwd in de Wet milieubeheer (Wm), nog in ontwerpfase.
    – Uitbreiding Regeling uitgebreide producentenverantwoordelijkheid textiel (UPV) voor nieuwe productgroepen (luiers, vloerbedekking, meubels), nog in ontwerpfase.

De systeemrandvoorwaarden vallen nu beter in elkaar omdat wetgeving beter op elkaar wordt afgestemd. Een voorwaarde is wel dat toezicht en handhaving is ingeregeld.

Conclusie: dit is het moment waarop circulariteit mainstream kan worden

De NPCE-actualisatie 2025 doet iets wat de circulaire economie jarenlang nodig had: duidelijkheid scheppen. Niet langer één abstract doel, maar drie concrete doelen die aansluiten bij de realiteit van ketens, bedrijven en burgers.

Het programma benadrukt dat een circulaire economie niet alleen een antwoord is op klimaatverandering, maar ook een enorme economische kans.

Het nieuwe NPCE versnelt innovatie, maakt ruimte voor ondernemers, biedt zekerheid voor investeerders en voorkomt dat Nederland afhankelijk blijft van schaarse, geopolitiek gevoelige, risicogrondstoffen. De richting is duidelijker dan ooit, maar we mogen niet verslappen. Dus dat betekent doorpakken de komende jaren.

Figuur : Relevante mix aan beleidsinstrumenten voor een circulaire productieketen (Bron figuur:
Planbureau voor de Leefomgeving)

Over de auteur



Gerd-Jan Frijters is eigenaar van  Greenhousemonkeys, projectleider duurzaamheid en circulariteit bij Lente, koepel van acht woningbouwcorporaties, eigenaar van FB Investeringen b.v (o.a. mkb-financiering) en bestuurslid van ZeroWasteNederland. Gerd-Jan is auteur van het Arbo-informatieblad AI-84 Duurzaam ondernemen (MVO, CSRD, ESG). Deze online uitgave is gepubliceerd op de kennisbank Sdu HSE.

Filed Under: Blog, CSRD, Duurzaamheid, Handhaving, HSE, Nieuws, Omgeving, Wet- en regelgeving Tagged With: circulai, duurzaam ondernemen, EU, grondstoffen, HSE, Inspectie ILT, NPCE

Reageer
Vorige artikel
Meer loon tijdens ziekte als verworven recht
Volgende artikel
Begrijpelijke werkinstructie beoordelen gewijzigde machines en toch nog vragen?

Reader Interactions

Geef een reactie

Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.

Primary Sidebar

DOWNLOADS

Gratis Whitepaper ‘Machineveiligheid: Niet-voltooide machines’

Gratis Whitepaper: De Noodzaak van de Noodstop

Whitepaper Werkdruk, stress en energie

BEKIJK MEER DOWNLOADS...

Footer

Over HSE Actueel

  • Kennisplatform
  • LinkedIn
  • X
  • Contact

Meer HSE

  • Demo portal Lefebvre Sdu HSE
  • Adverteren
  • Colofon

HSE-producten

  • Lefebvre Sdu HSE
  • JES! ESG
  • Chemiekaarten
  • Toxic

Redactieadres

Lefebvre Sdu
Redactie HSE Actueel
Hoofdredacteur:  Sandra Bergman
Postbus 20025
2500 EA Den Haag

Bezoekadres
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

lefebvre SDU