Opinie Kan een sollicitant een beroep doen op de zorgplicht van artikel 7:658 BW?

0

JURISPRUDENTIE UITGELICHT – Een werknemer stelt een potentiële werkgever aansprakelijk voor de schade die hij bij het bedrijf heeft gelopen tijdens een meeloopdag gedurende een sollicitatieprocedure. Maar is het bedrijf wel een werkgever en op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk te stellen door iemand die formeel nog in de sollicitatiefase verkeert? Dat speelde in de volgende zaak.

Wat speelt in deze zaak?

Via een uitzendorganisatie/ recruiter wordt een werknemer voorgesteld bij een bedrijf waar hij op vrijdagochtend een kennismakingsgesprek heeft. Tijdens het kennismakingsgesprek wordt de bij het bedrijf gangbare sollicitatieprocedure toegelicht. In het bedrijf is het gebruikelijk dat een kandidaat altijd eerst een dag meeloopt, omdat de processen binnen het bedrijf anders zijn dan in vergelijkbare bedrijven. Daarna zullen partijen bekijken hoe de meeloopdag is bevallen en of ze een arbeidsrelatie aan willen gaan.

Wat zijn de feiten?

De werknemer overkomt tijdens deze meeloopdag een arbeidsongeval en raakt zwaargewond. Van het UWV krijgt hij in eerste instantie geen ziektewetuitkering wat later wordt gecorrigeerd. De werknemer gaat naar de rechter en vordert dat het bedrijf het loon doorbetaalt omdat volgens de werknemer een mondelinge arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is overeengekomen. Daarnaast stelt hij het bedrijf als de werkgever aansprakelijk voor de geleden en de te lijden schade vanwege het bedrijfsongeval op grond van artikel 7:658 BW en 6:162 BW (onrechtmatige daad).

Het bedrijf stelt niet aansprakelijk te zijn op grond van artikel 7:658 BW omdat er tussen partijen geen arbeidsovereenkomst tot stand gekomen is. De rechter beoordeelt daarom eerst of er tussen partijen een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen of niet. Een arbeidsovereenkomst is volgens artikel 7:610 BW een overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Een arbeidsovereenkomst kan ook mondeling zijn overeengekomen. Voor het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst moet sprake zijn van aanbod en aanvaarding. Of er sprake is van een arbeidsovereenkomst moet door de rechter worden vastgesteld aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars gedragingen en verklaringen hebben mogen afleiden.

Wat zegt de rechter?

De rechter weegt de gedragingen tegen elkaar af. Zo is de werknemer uitgenodigd om na het gesprek op maandag terug te komen om mee te lopen. Het bedrijf heeft niet ontkend dat de werknemer die maandag is gaan meelopen op het bedrijf en werkzaamheden heeft verricht. Het bedrijf kan niet zomaar aannemen dat iemand een hele dag voor niets als vrijwilliger komt meelopen. Verder is het niet uitsloten dat een arbeidsovereenkomst tot stand komt zonder dat expliciet een gedetailleerde afspraak over de arbeidsvoorwaarden is gemaakt. Dat kan immers ook nog op een later moment.

Daartegenover staat dat het bedrijf consequent heeft gecommuniceerd dat het meelopen onderdeel uitmaakt van de sollicitatieprocedure en dat na de meeloopdag pas zou worden bezien of er een arbeidsovereenkomst tot stand zou komen. De werknemer ging ervan uit dat hij via het uitzendbureau zou werken en zag het bedrijf ook nog helemaal niet als werkgever. Een schriftelijke overeenkomst is niet aangeboden.

De rechter oordeelt dat er onvoldoende duidelijke aanknopingspunten zijn om voorshands te kunnen oordelen dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan. Het bedrijf is dus geen werkgever in de zin van de wet. Van doorbetaling van loon is daarom geen sprake. De werknemer heeft nog bepleit dat artikel 7:658 lid 4 van toepassing is en dat dat geldt voor personen die als niet-werknemer gelijkgesteld moeten worden met werknemers in het kader van de zorgplicht. Dit artikel geldt bijvoorbeeld voor zzp-ers en uitzendkrachten. De rechter oordeelt dat niet aan de vereisten van artikel 7:658 lid 4 BW is voldaan.

Tot slot oordeelt de rechter nog dat de werknemer geen belang heeft bij veroordeling van het bedrijf op grond van artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad), omdat de verzekeraar van het bedrijf aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige al heeft erkend en een schadevergoeding heeft uitgekeerd.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Het bedrijf is niet als werkgever aansprakelijk voor de schade van deze werknemer. Wel is er sprake van een onrechtmatige daad waarvoor het bedrijf aansprakelijk is, welke aansprakelijkheid al door de verzekeraar was aanvaard en waar ook al schadevergoeding voor was uitgekeerd. Dat is een andere vorm van aansprakelijkheid. De werkgeversaansprakelijkheid van 7:658 BW is specifiek voor de werkgever-werknemer relatie (of gelijk te stellen relaties zoals bijvoorbeeld zzp’ers).

Een ruimere toepassing zoals voor deze situatie heeft artikel 7:658 lid 4 vooralsnog niet. Uit de uitspraak volgt dat het niet per definitie zo is dat een persoon in een sollicitatieprocedure niet al aanspraak kan maken op een arbeidsovereenkomst. Dat hangt sterk af van de omstandigheden van het geval welke omstandigheden door de rechter moeten worden afgewogen.

Vindplaats: ECLI:NL:GHSHE:2019:491

Over de auteur: Ingeborg ten Oever is arbeidsrechtjurist bij Lawwise Advocaten

Meer informatie over veilig werken met arbeidsmiddelen en aansprakelijkheid?
Ga naar Sdu HSE of vraag een gratis demo aan.

Reageren is niet mogelijk.